BWBR0003165
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 18
Algemeen EEG-IJkbesluit
1. Een meetmiddel wordt bij de eerste EEG-ijk niet goedgekeurd, indien:
a. het blijkt te zijn voorzien van een EEG-modelgoedkeuringsteken in strijd met artikel 10, tweede lid,
b. het niet is vervaardigd naar een model, waarvoor ten tijde van de aanbieding tot de eerste EEG-ijk een EEG-modelgoedkeuring geldt,
c. het niet is voorzien van het met betrekking tot het goedgekeurde model daarvan vastgestelde EEG-modelgoedkeuringsteken,
d. voor het model daarvan een EEG-modelgoedkeuring is verleend onder een beperking als in artikel 6, derde lid, onder a, bedoeld en het beperkte aantal meetmiddelen bij de eerste EEG-ijk reeds blijkt te zijn goedgekeurd, of
e. het niet voldoet aan: 1°. de daarvoor gegeven algemene ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, of
2°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, de daarvoor gegeven bijzondere ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, dan wel
3°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 2, derde lid, de daarvoor geldende algemene ijktechnische voorschriften.
1°. de daarvoor gegeven algemene ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, of
2°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, de daarvoor gegeven bijzondere ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, dan wel
3°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 2, derde lid, de daarvoor geldende algemene ijktechnische voorschriften.
2. Het eerste lid, onder ben c, geldt niet ten aanzien van een meetmiddel als bedoeld in artikel 2, derde lid.
3. Onze Minister kan bepalen, dat ten aanzien van door hem aangewezen categorieën van meetmiddelen of in door hem aangewezen categorieën van gevallen het eerste lid, onder c, niet geldt.
4. Een meetmiddel dat bij de eerste EEG-ijk wordt goedgekeurd, wordt ten bewijze daarvan van het uit twee delen bestaande ijkmerk van eerste EEG-ijk voorzien.
5. Onze Minister kan ter uitvoering van een bijzondere richtlijn regelen stellen omtrent de voorziening van meetmiddelen met zegelmerken bij de eerste EEG-ijk.
6. Een meetmiddel, dat bij de eerste EEG-ijk niet wordt goedgekeurd, kan worden voorzien van een afkeuringsmerk, dat identiek is aan het afkeuringsmerk waarvan het model is vastgesteld in artikel 20 van het IJkreglement(1989, 116).
7. In afwijking van het vierde lid kan Onze Minister bepalen dat ten aanzien van door hem aangewezen categorieën van meetmiddelen of in door hem aangewezen categorieën van gevallen het ijkmerk van eerste EEG-ijk:
a. op de verpakking van de betrokken meetmiddelen wordt aangebracht of
b. wordt vervangen door een gewaarmerkte of gedagtekende verklaring.
a. het blijkt te zijn voorzien van een EEG-modelgoedkeuringsteken in strijd met artikel 10, tweede lid,
b. het niet is vervaardigd naar een model, waarvoor ten tijde van de aanbieding tot de eerste EEG-ijk een EEG-modelgoedkeuring geldt,
c. het niet is voorzien van het met betrekking tot het goedgekeurde model daarvan vastgestelde EEG-modelgoedkeuringsteken,
d. voor het model daarvan een EEG-modelgoedkeuring is verleend onder een beperking als in artikel 6, derde lid, onder a, bedoeld en het beperkte aantal meetmiddelen bij de eerste EEG-ijk reeds blijkt te zijn goedgekeurd, of
e. het niet voldoet aan: 1°. de daarvoor gegeven algemene ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, of
2°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, de daarvoor gegeven bijzondere ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, dan wel
3°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 2, derde lid, de daarvoor geldende algemene ijktechnische voorschriften.
1°. de daarvoor gegeven algemene ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, of
2°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, de daarvoor gegeven bijzondere ijktechnische voorschriften zoals die golden op het tijdstip van de eerste dagtekening van het certificaat van EEG-modelgoedkeuring, dan wel
3°. ingeval het betreft een meetmiddel, als bedoeld in artikel 2, derde lid, de daarvoor geldende algemene ijktechnische voorschriften.
2. Het eerste lid, onder ben c, geldt niet ten aanzien van een meetmiddel als bedoeld in artikel 2, derde lid.
3. Onze Minister kan bepalen, dat ten aanzien van door hem aangewezen categorieën van meetmiddelen of in door hem aangewezen categorieën van gevallen het eerste lid, onder c, niet geldt.
4. Een meetmiddel dat bij de eerste EEG-ijk wordt goedgekeurd, wordt ten bewijze daarvan van het uit twee delen bestaande ijkmerk van eerste EEG-ijk voorzien.
5. Onze Minister kan ter uitvoering van een bijzondere richtlijn regelen stellen omtrent de voorziening van meetmiddelen met zegelmerken bij de eerste EEG-ijk.
6. Een meetmiddel, dat bij de eerste EEG-ijk niet wordt goedgekeurd, kan worden voorzien van een afkeuringsmerk, dat identiek is aan het afkeuringsmerk waarvan het model is vastgesteld in artikel 20 van het IJkreglement(1989, 116).
7. In afwijking van het vierde lid kan Onze Minister bepalen dat ten aanzien van door hem aangewezen categorieën van meetmiddelen of in door hem aangewezen categorieën van gevallen het ijkmerk van eerste EEG-ijk:
a. op de verpakking van de betrokken meetmiddelen wordt aangebracht of
b. wordt vervangen door een gewaarmerkte of gedagtekende verklaring.