BWBR0003165
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 2
Algemeen EEG-IJkbesluit
1. De meetmiddelen ten aanzien waarvan op een daartoe strekkende aanvraag EEG-keuring wordt toegepast, zijn:
a. maten: de stoffelijke lengtematen;
b. gewichten: 1°. de gewichten voor gewone weging,
2°. de gewichten, die een grotere nauwkeurigheid hebben dan de gewichten voor gewone weging, met uitzondering van de metriekkaraatgewichten;
1°. de gewichten voor gewone weging,
2°. de gewichten, die een grotere nauwkeurigheid hebben dan de gewichten voor gewone weging, met uitzondering van de metriekkaraatgewichten;
c. meetwerktuigen: 1°. de balgen-, rotor- en schoepenradgasmeters,
2°. de koudwatermeters en warmwatermeters, met uitzondering van warmwatermeters die bestemd zijn om te worden ingebouwd in een systeem voor overbrenging van thermische energie of die van elektronische inrichtingen zijn voorzien,
3°. de meetinstallaties voor andere vloeistoffen dan water, uitgerust met volumemeters, waarin de vloeistof de beweging van wanden van meetkamers veroorzaakt, voor zover dit zijn: I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
4°. de meetreservoirs in schepen voor de binnenvaart of de kustvaart,
5°. de toestellen, bestemd voor de meting van het natuurgewicht van granen,
6°. de taxameters, met uitzondering van elektronische taxameters;
1°. de balgen-, rotor- en schoepenradgasmeters,
2°. de koudwatermeters en warmwatermeters, met uitzondering van warmwatermeters die bestemd zijn om te worden ingebouwd in een systeem voor overbrenging van thermische energie of die van elektronische inrichtingen zijn voorzien,
3°. de meetinstallaties voor andere vloeistoffen dan water, uitgerust met volumemeters, waarin de vloeistof de beweging van wanden van meetkamers veroorzaakt, voor zover dit zijn: I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
4°. de meetreservoirs in schepen voor de binnenvaart of de kustvaart,
5°. de toestellen, bestemd voor de meting van het natuurgewicht van granen,
6°. de taxameters, met uitzondering van elektronische taxameters;
d. weegwerktuigen: 1°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als continu totaliserende bandwegers,
2°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als gewichtscontrolemachines of als gewichtssorteermachines, met uitzondering van de weegwerktuigen welke een of meer elektronische onderdelen bezitten, en de eiersorteermachines;
1°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als continu totaliserende bandwegers,
2°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als gewichtscontrolemachines of als gewichtssorteermachines, met uitzondering van de weegwerktuigen welke een of meer elektronische onderdelen bezitten, en de eiersorteermachines;
e. meetinstrumenten: 1°. vervallen,
2°. de inductieve kilowattuurmeters voor rechtstreekse netaansluiting, ingericht voor het meten van de actieve energie in wissel- of draaistroom met een frequentie van 50 Hz, met uitzondering van de overschrijdingsmeters en de meters met maximumaanwijzing,
3°. de alcoholmeters en areometers voor alcohol, bestemd ter bepaling van het alcoholvolumegehalte of het alcoholmassagehalte van een mengsel van water en alcohol,
4°. de manometers voor luchtbanden van automobielen.
1°. vervallen,
2°. de inductieve kilowattuurmeters voor rechtstreekse netaansluiting, ingericht voor het meten van de actieve energie in wissel- of draaistroom met een frequentie van 50 Hz, met uitzondering van de overschrijdingsmeters en de meters met maximumaanwijzing,
3°. de alcoholmeters en areometers voor alcohol, bestemd ter bepaling van het alcoholvolumegehalte of het alcoholmassagehalte van een mengsel van water en alcohol,
4°. de manometers voor luchtbanden van automobielen.
2. De EEG-keuring omvat de volgende vormen van onderzoek:
a. het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring;
b. de eerste EEG-ijk.
3. Het bepaalde in het tweede lid, onder a, geldt niet ten aanzien van:
a. de meetmiddelen, die in het eerste lid, onder b, 1° en 2°, en c, 3°, sub IV, en 4°, zijn aangewezen, de in dat lid, onder c, 3°, sub III, aangewezen meetinstallaties, voor zover zij bestemd zijn voor afgifte van melk, en de in dat lid, onder c, 3°, sub V, aangewezen meetinstallaties, voor zover zij vast zijn opgesteld;
b. de niet-automatische weegwerktuigen voor gewone of grove weging, voor zover deze behoren tot een door Onze Minister aangewezen categorie en van een door hem omschreven samenstelling zijn.
a. maten: de stoffelijke lengtematen;
b. gewichten: 1°. de gewichten voor gewone weging,
2°. de gewichten, die een grotere nauwkeurigheid hebben dan de gewichten voor gewone weging, met uitzondering van de metriekkaraatgewichten;
1°. de gewichten voor gewone weging,
2°. de gewichten, die een grotere nauwkeurigheid hebben dan de gewichten voor gewone weging, met uitzondering van de metriekkaraatgewichten;
c. meetwerktuigen: 1°. de balgen-, rotor- en schoepenradgasmeters,
2°. de koudwatermeters en warmwatermeters, met uitzondering van warmwatermeters die bestemd zijn om te worden ingebouwd in een systeem voor overbrenging van thermische energie of die van elektronische inrichtingen zijn voorzien,
3°. de meetinstallaties voor andere vloeistoffen dan water, uitgerust met volumemeters, waarin de vloeistof de beweging van wanden van meetkamers veroorzaakt, voor zover dit zijn: I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
4°. de meetreservoirs in schepen voor de binnenvaart of de kustvaart,
5°. de toestellen, bestemd voor de meting van het natuurgewicht van granen,
6°. de taxameters, met uitzondering van elektronische taxameters;
1°. de balgen-, rotor- en schoepenradgasmeters,
2°. de koudwatermeters en warmwatermeters, met uitzondering van warmwatermeters die bestemd zijn om te worden ingebouwd in een systeem voor overbrenging van thermische energie of die van elektronische inrichtingen zijn voorzien,
3°. de meetinstallaties voor andere vloeistoffen dan water, uitgerust met volumemeters, waarin de vloeistof de beweging van wanden van meetkamers veroorzaakt, voor zover dit zijn: I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
I. benzinepompen, met uitzondering van benzinepompen, die verschillende soorten brandstof mengen, brandstof en olie mengen, voorzien zijn van elektrische of elektronische aanwijs- of hulpinrichtingen, voorzien zijn van zelfbedieningsinrichtingen of bestemd zijn voor meting van vloeibaar gas,
II. meetinstallaties op tankauto’s voor vervoer over de weg, bestemd voor afgifte van bij atmosferische druk opgeslagen vloeistof met een viscositeit van ten hoogste 20 mPa.s, uitgezonderd vloeistoffen voor menselijke consumptie,
III. meetinstallaties, bestemd voor meting van melk,
IV. andere dan onder III aangewezen meetinstallaties, bestemd voor ontvangst van vloeistoffen bij het lossen van tankschepen, tankwagons en tankauto's, of
V. vast opgestelde of op tankauto’s gemonteerde meetinstallaties - niet zijnde benzinepompen - bestemd voor meting van vloeibare gassen, uitgezonderd cryogene vloeistoffen,
4°. de meetreservoirs in schepen voor de binnenvaart of de kustvaart,
5°. de toestellen, bestemd voor de meting van het natuurgewicht van granen,
6°. de taxameters, met uitzondering van elektronische taxameters;
d. weegwerktuigen: 1°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als continu totaliserende bandwegers,
2°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als gewichtscontrolemachines of als gewichtssorteermachines, met uitzondering van de weegwerktuigen welke een of meer elektronische onderdelen bezitten, en de eiersorteermachines;
1°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als continu totaliserende bandwegers,
2°. de automatische weegwerktuigen, uitgevoerd als gewichtscontrolemachines of als gewichtssorteermachines, met uitzondering van de weegwerktuigen welke een of meer elektronische onderdelen bezitten, en de eiersorteermachines;
e. meetinstrumenten: 1°. vervallen,
2°. de inductieve kilowattuurmeters voor rechtstreekse netaansluiting, ingericht voor het meten van de actieve energie in wissel- of draaistroom met een frequentie van 50 Hz, met uitzondering van de overschrijdingsmeters en de meters met maximumaanwijzing,
3°. de alcoholmeters en areometers voor alcohol, bestemd ter bepaling van het alcoholvolumegehalte of het alcoholmassagehalte van een mengsel van water en alcohol,
4°. de manometers voor luchtbanden van automobielen.
1°. vervallen,
2°. de inductieve kilowattuurmeters voor rechtstreekse netaansluiting, ingericht voor het meten van de actieve energie in wissel- of draaistroom met een frequentie van 50 Hz, met uitzondering van de overschrijdingsmeters en de meters met maximumaanwijzing,
3°. de alcoholmeters en areometers voor alcohol, bestemd ter bepaling van het alcoholvolumegehalte of het alcoholmassagehalte van een mengsel van water en alcohol,
4°. de manometers voor luchtbanden van automobielen.
2. De EEG-keuring omvat de volgende vormen van onderzoek:
a. het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring;
b. de eerste EEG-ijk.
3. Het bepaalde in het tweede lid, onder a, geldt niet ten aanzien van:
a. de meetmiddelen, die in het eerste lid, onder b, 1° en 2°, en c, 3°, sub IV, en 4°, zijn aangewezen, de in dat lid, onder c, 3°, sub III, aangewezen meetinstallaties, voor zover zij bestemd zijn voor afgifte van melk, en de in dat lid, onder c, 3°, sub V, aangewezen meetinstallaties, voor zover zij vast zijn opgesteld;
b. de niet-automatische weegwerktuigen voor gewone of grove weging, voor zover deze behoren tot een door Onze Minister aangewezen categorie en van een door hem omschreven samenstelling zijn.