BWBR0003165
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 24
Algemeen EEG-IJkbesluit
1. Onze Minister kan bepalen, dat op een daartoe strekkende aanvraag op door hem aangewezen afzonderlijke onderdelen of hulpinrichtingen voor door hem aangewezen categorieën van meetmiddelen, aangewezen bij artikel 2, eerste lid, de eerste EEG-ijk in één fase of een of meer fasen van de eerste EEG-ijk, met uitzondering van de slotfase, worden toegepast.
2. Ten aanzien van de krachtens het eerste lid aangewezen onderdelen en hulpinrichtingen is het met betrekking tot een meetmiddel of het met betrekking tot meetmiddelen bepaalde in de artikelen 16, 18, eerste lid en derde tot en met zevende lid, 19, tweede lid, onder a, 20, 22 en 23, tenzij door Onze Minister anders is bepaald, alsmede het bepaalde in artikel 21 avan overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister kan in afwijking van het tweede lid en in verband daarmede artikel 18, vierde lid, bepalen dat op een krachtens het eerste lid aangewezen voorwerp bij de eerste EEG-ijk, in geval van goedkeuring, slechts het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk op één dan wel meer plaatsen wordt aangebracht of dat het ijkmerk van eerste EEG-ijk op meer dan één plaats wordt aangebracht.
4. Onze Minister kan bepalen dat bij de eerste EEG-ijk van een meetmiddel, behorende tot een door hem aangewezen categorie, in geval van goedkeuring daarvan ook de krachtens het eerste lid aangewezen voorwerpen, die deel van dat meetmiddel uitmaken en het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk dragen, op één dan wel meer plaatsen worden voorzien van het tweede deel van dat ijkmerk.
5. Een krachtens het eerste lid aangewezen voorwerp dat op één dan wel meer plaatsen het door of vanwege een andere EER-Staat aangebrachte eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk of een door of vanwege een andere EER-Staat aangebracht ijkmerk van eerste EEG-ijk draagt of ten aanzien waarvan een dat ijkmerk vervangende verklaring is afgegeven door of vanwege een andere EER-Staat, wordt voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen gelijk gesteld met een voorwerp dat op één of meer plaatsen door de ijkinstelling met inachtneming van de regelen, gegeven krachtens het eerste tot en met het vierde lid, is voorzien van het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk of is voorzien van een ijkmerk van eerste EEG-ijk onderscheidenlijk ten aanzien waarvan een dat ijkmerk vervangende verklaring door de ijkinstelling is afgegeven.
2. Ten aanzien van de krachtens het eerste lid aangewezen onderdelen en hulpinrichtingen is het met betrekking tot een meetmiddel of het met betrekking tot meetmiddelen bepaalde in de artikelen 16, 18, eerste lid en derde tot en met zevende lid, 19, tweede lid, onder a, 20, 22 en 23, tenzij door Onze Minister anders is bepaald, alsmede het bepaalde in artikel 21 avan overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister kan in afwijking van het tweede lid en in verband daarmede artikel 18, vierde lid, bepalen dat op een krachtens het eerste lid aangewezen voorwerp bij de eerste EEG-ijk, in geval van goedkeuring, slechts het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk op één dan wel meer plaatsen wordt aangebracht of dat het ijkmerk van eerste EEG-ijk op meer dan één plaats wordt aangebracht.
4. Onze Minister kan bepalen dat bij de eerste EEG-ijk van een meetmiddel, behorende tot een door hem aangewezen categorie, in geval van goedkeuring daarvan ook de krachtens het eerste lid aangewezen voorwerpen, die deel van dat meetmiddel uitmaken en het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk dragen, op één dan wel meer plaatsen worden voorzien van het tweede deel van dat ijkmerk.
5. Een krachtens het eerste lid aangewezen voorwerp dat op één dan wel meer plaatsen het door of vanwege een andere EER-Staat aangebrachte eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk of een door of vanwege een andere EER-Staat aangebracht ijkmerk van eerste EEG-ijk draagt of ten aanzien waarvan een dat ijkmerk vervangende verklaring is afgegeven door of vanwege een andere EER-Staat, wordt voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen gelijk gesteld met een voorwerp dat op één of meer plaatsen door de ijkinstelling met inachtneming van de regelen, gegeven krachtens het eerste tot en met het vierde lid, is voorzien van het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk of is voorzien van een ijkmerk van eerste EEG-ijk onderscheidenlijk ten aanzien waarvan een dat ijkmerk vervangende verklaring door de ijkinstelling is afgegeven.