BWBR0003165
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 15
Algemeen EEG-IJkbesluit
1. Op een afzonderlijk onderdeel of een afzonderlijke hulpinrichting voor een bij artikel 2, eerste lid, aangewezen meetmiddel wordt op een daartoe strekkend verzoek een onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring toegepast, voor zover de voor dat meetmiddel gegeven algemene ijktechnische voorschriften uitdrukkelijk bepalingen bevatten ten aanzien van dat onderdeel of die hulpinrichting als deel van het betrokken meetmiddel.
2. Ten aanzien van een onderdeel of hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld gelden als algemene ijktechnische voorschriften die bepalingen van de voor het betrokken meetmiddel gegeven algemene ijktechnische voorschriften, welke op het desbetreffende onderdeel of de desbetreffende hulpinrichting als deel van het betrokken meetmiddel betrekking of mede betrekking hebben.
3. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde onderdelen en hulpinrichtingen is het met betrekking tot een meetmiddel of met betrekking tot meetmiddelen bepaalde in de artikelen 3-14 - met uitzondering van artikel 6, tweede lid, - van overeenkomstige toepassing.
4. Aan de EEG-modelgoedkeuring voor een onderdeel of een hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld kunnen voorschriften worden verbonden ter zake van de werking van het samenstel van dat onderdeel onderscheidenlijk die hulpinrichting, en de meetmiddelen, waarvoor dat onderdeel kan worden toegepast of waaraan die hulpinrichting kan worden toegevoegd.
5. De EEG-modelgoedkeuring van een onderdeel of een hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld kan worden verleend onder de beperking dat dat onderdeel uitsluitend mag worden toegepast in, of die hulpinrichting uitsluitend mag worden toegevoegd aan door de ijkinstelling aangewezen meetmiddelen.
6. In het certificaat van EEG-modelgoedkeuring van een onderdeel of hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld zijn de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, en de beperking, bedoeld in het vijfde lid, opgenomen.
2. Ten aanzien van een onderdeel of hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld gelden als algemene ijktechnische voorschriften die bepalingen van de voor het betrokken meetmiddel gegeven algemene ijktechnische voorschriften, welke op het desbetreffende onderdeel of de desbetreffende hulpinrichting als deel van het betrokken meetmiddel betrekking of mede betrekking hebben.
3. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde onderdelen en hulpinrichtingen is het met betrekking tot een meetmiddel of met betrekking tot meetmiddelen bepaalde in de artikelen 3-14 - met uitzondering van artikel 6, tweede lid, - van overeenkomstige toepassing.
4. Aan de EEG-modelgoedkeuring voor een onderdeel of een hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld kunnen voorschriften worden verbonden ter zake van de werking van het samenstel van dat onderdeel onderscheidenlijk die hulpinrichting, en de meetmiddelen, waarvoor dat onderdeel kan worden toegepast of waaraan die hulpinrichting kan worden toegevoegd.
5. De EEG-modelgoedkeuring van een onderdeel of een hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld kan worden verleend onder de beperking dat dat onderdeel uitsluitend mag worden toegepast in, of die hulpinrichting uitsluitend mag worden toegevoegd aan door de ijkinstelling aangewezen meetmiddelen.
6. In het certificaat van EEG-modelgoedkeuring van een onderdeel of hulpinrichting als in het eerste lid bedoeld zijn de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, en de beperking, bedoeld in het vijfde lid, opgenomen.