BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 7
Wet op de Kanselarijrechten 1948
A. Wanneer de ambtenaar ten verzoeke van een persoon of in diens welbegrepen belang een handeling verricht buiten zijn kanselarij, verhoogt hij het kanselarijrecht met 50 %, met dien verstande, dat de verhoging niet toepasselijk is op posten, waarbij deze wet vermeldt, dat zij voor verhoging ingevolge dit artikel niet vatbaar zijn.
B. De verhoging, bedoeld sub A, is toepasselijk op de maxima en minima, bij deze wet bepaald.
C. Bij de berekening van kanselarijrecht per uur of half uur voor een handeling, buiten de kanselarij verricht, komt alleen de duur der handeling zelf in aanmerking, met dien verstande, dat de gehele duur der afwezigheid in aanmerking komt, wanneer de tocht heen en terug op de kortst mogelijke route en zonder onnodig oponthoud langer dan een uur duurt.
B. De verhoging, bedoeld sub A, is toepasselijk op de maxima en minima, bij deze wet bepaald.
C. Bij de berekening van kanselarijrecht per uur of half uur voor een handeling, buiten de kanselarij verricht, komt alleen de duur der handeling zelf in aanmerking, met dien verstande, dat de gehele duur der afwezigheid in aanmerking komt, wanneer de tocht heen en terug op de kortst mogelijke route en zonder onnodig oponthoud langer dan een uur duurt.