BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 15
Wet op de Kanselarijrechten 1948
A. De ambtenaar kan vooruitbetaling van kanselarijrecht vorderen en voorschot verlangen voor de onkosten, bedoeld bij artikel 14.
B. Op stukken, die hij tegen betaling van kanselarijrecht afgeeft, aftekent of afstempelt, vermeldt hij het bedrag in euro en buitenlandse munt van de kanselarijrechten, daarvoor door hem geheven, alsmede de artikelen of tariefposten dezer wet, waarnaar hij ze berekend heeft, de omrekeningskoers en de nummers, waaronder de handelingen in zijn register voorkomen.
C. Hij verstrekt belanghebbende op diens verzoek een gedetailleerde kwijting, door hem ondertekend, hetzij voor het geheven kanselarijrecht, alsmede onkosten en schade, ingevolge artikel 14aan belanghebbende in rekening gesteld, hetzij voor het bedrag, dat hij ingevolge lid A. als vooruitbetaling of voorschot heeft ontvangen.
D. Geschiedt het afgeven, aftekenen of afstempelen van een stuk kosteloos, zo stelt hij daarop het woord "gratis" met vermelding van het artikel of de tariefpost, op grond waarvan hij de handeling kosteloos verricht heeft.
B. Op stukken, die hij tegen betaling van kanselarijrecht afgeeft, aftekent of afstempelt, vermeldt hij het bedrag in euro en buitenlandse munt van de kanselarijrechten, daarvoor door hem geheven, alsmede de artikelen of tariefposten dezer wet, waarnaar hij ze berekend heeft, de omrekeningskoers en de nummers, waaronder de handelingen in zijn register voorkomen.
C. Hij verstrekt belanghebbende op diens verzoek een gedetailleerde kwijting, door hem ondertekend, hetzij voor het geheven kanselarijrecht, alsmede onkosten en schade, ingevolge artikel 14aan belanghebbende in rekening gesteld, hetzij voor het bedrag, dat hij ingevolge lid A. als vooruitbetaling of voorschot heeft ontvangen.
D. Geschiedt het afgeven, aftekenen of afstempelen van een stuk kosteloos, zo stelt hij daarop het woord "gratis" met vermelding van het artikel of de tariefpost, op grond waarvan hij de handeling kosteloos verricht heeft.