BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 12
Wet op de Kanselarijrechten 1948
A. De kanselarijrechten worden verevend in de munt van de plaats, waar zij worden betaald. Indien de omstandigheden in een bepaald land hem daartoe aanleiding geven, is Onze Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd te bepalen dat in dat land de kanselarijrechten worden verevend in een andere dan de hiervoor bedoelde munt.
B. De herleiding in buitenlandse munt van kanselarijrechten, die niet in euro worden betaald, geschiedt naar de koers, door Ons met de betrokken vreemde mogendheid overeengekomen, of, indien zulks niet geschied is, naar de koers van de dag, waarop de heffing plaats vindt.
C. Ter verantwoording van kanselarijrechten, in buitenlandse munt geheven ingevolge de artikelen 3en 17of als een percentage van een bedrag, geschiedt de herleiding in euro naar de koers, bedoeld sub B.
D. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, regelen te stellen voor afronding der koersen, sub B. en C. bedoeld.
E. Bij gebreke ener algemeen erkende notering, waaruit de koers van de dag zou kunnen blijken, bepaalt Onze Minister van Buitenlandse Zaken de koers voor het herleiden van kanselarijrechten telkens wanneer hij aanleiding daartoe aanwezig acht.
B. De herleiding in buitenlandse munt van kanselarijrechten, die niet in euro worden betaald, geschiedt naar de koers, door Ons met de betrokken vreemde mogendheid overeengekomen, of, indien zulks niet geschied is, naar de koers van de dag, waarop de heffing plaats vindt.
C. Ter verantwoording van kanselarijrechten, in buitenlandse munt geheven ingevolge de artikelen 3en 17of als een percentage van een bedrag, geschiedt de herleiding in euro naar de koers, bedoeld sub B.
D. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, regelen te stellen voor afronding der koersen, sub B. en C. bedoeld.
E. Bij gebreke ener algemeen erkende notering, waaruit de koers van de dag zou kunnen blijken, bepaalt Onze Minister van Buitenlandse Zaken de koers voor het herleiden van kanselarijrechten telkens wanneer hij aanleiding daartoe aanwezig acht.