BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 3
Wet op de Kanselarijrechten 1948
A. Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, te bepalen, dat de ambtenaren ten laste van belanghebbenden tot een bepaald land behorende, voor één of meer handelingen, in stede van het kanselarijrecht, daarvoor bij deze wet bepaald, een kanselarijrecht heffen, gelijk aan dat, hetwelk de ambtenaren van dat land voor die handelingen aan Nederlandse onderdanen in rekening brengen.
B. Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, met vreemde Mogendheden overeenkomsten aan te gaan, waardoor bepaalde kanselarijrechten, bij deze wet bepaald, ten behoeve van belanghebbenden, tot het staatsverband dier Mogendheden behorende, worden opgeheven of gewijzigd.
B. Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, met vreemde Mogendheden overeenkomsten aan te gaan, waardoor bepaalde kanselarijrechten, bij deze wet bepaald, ten behoeve van belanghebbenden, tot het staatsverband dier Mogendheden behorende, worden opgeheven of gewijzigd.