BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 13
Wet op de Kanselarijrechten 1948
A. De honoraire consulaire ambtenaren heffen de kanselarijrechten te eigen bate tot een bedrag van € 2 722,68 per kalenderjaar behoudens bevoegdheid van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, om voor een bepaalde standplaats dit bedrag hoger of lager te stellen. Hetgeen de honoraire consulaire ambtenaren gedurende het kalenderjaar boven het hun toekomende bedrag geheven hebben, verantwoorden zij aan ’s Rijks schatkist.
B. De overige ambtenaren verantwoorden alle kanselarijrechten, door hen geheven, aan ’s Rijks schatkist.
C. Het coëfficiënt, voorzien bij artikel 11, is toepasselijk op het bedrag, bedoeld in lid A.
D. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, regelen vast te stellen, naar welke op een standplaats, waar zowel een beroepsambtenaar als een honorair consulair ambtenaar gevestigd is, de kanselarijrechten geheel of ten dele ten bate van laatstgenoemde komen.
E. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, te bepalen, dat zekere handelingen, in deze wet genoemd, alleen door beroepsambtenaren kunnen worden verricht, en desgewenst regelen te stellen, volgens welke niettemin het kanselarijrecht, aan die handelingen verbonden, geheel of gedeeltelijk ten bate komt van de honoraire consulaire ambtenaar, binnen wiens ambtsgebied de handeling is aangevraagd, of belanghebbende woont of zich bevindt.
B. De overige ambtenaren verantwoorden alle kanselarijrechten, door hen geheven, aan ’s Rijks schatkist.
C. Het coëfficiënt, voorzien bij artikel 11, is toepasselijk op het bedrag, bedoeld in lid A.
D. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, regelen vast te stellen, naar welke op een standplaats, waar zowel een beroepsambtenaar als een honorair consulair ambtenaar gevestigd is, de kanselarijrechten geheel of ten dele ten bate van laatstgenoemde komen.
E. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, te bepalen, dat zekere handelingen, in deze wet genoemd, alleen door beroepsambtenaren kunnen worden verricht, en desgewenst regelen te stellen, volgens welke niettemin het kanselarijrecht, aan die handelingen verbonden, geheel of gedeeltelijk ten bate komt van de honoraire consulaire ambtenaar, binnen wiens ambtsgebied de handeling is aangevraagd, of belanghebbende woont of zich bevindt.