BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 11
Wet op de Kanselarijrechten 1948
A. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, coëfficiënten vast te stellen of opnieuw vast te stellen, waarmede de ambtenaren in landen, door hem aan te duiden, hetzij alle kanselarijrechten vermenigvuldigen, hetzij die, welke Onze Minister hiervoor in aanmerking brengen zal.
B. De coëfficiënten zijn niet toepasselijk op kanselarijrechten, geheven ingevolge de artikelen 3en 17, noch, wanneer zij verhoging betekenen, op tariefposten, waarbij deze wet zulks vermeldt.
C. Het coëfficiënt geldt mede voor de maxima en minima, bij deze wet bepaald.
D. De artikelen 5, 6, 7, 8en 10hebben betrekking op kanselarijrechten, waarop het coëfficiënt is toegepast.
B. De coëfficiënten zijn niet toepasselijk op kanselarijrechten, geheven ingevolge de artikelen 3en 17, noch, wanneer zij verhoging betekenen, op tariefposten, waarbij deze wet zulks vermeldt.
C. Het coëfficiënt geldt mede voor de maxima en minima, bij deze wet bepaald.
D. De artikelen 5, 6, 7, 8en 10hebben betrekking op kanselarijrechten, waarop het coëfficiënt is toegepast.