BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 17
Wet op de Kanselarijrechten 1948
1. Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, regelen vast te stellen, krachtens welke de ambtenaar
A. ten laste van een schip, dat de vlag voert van het land, waar hij gevestigd is, en dat uit zijn ambtsgebied naar Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba vertrekt, als kanselarijrecht de tegenwaarde heft van het bedrag in euro of andere munt, dat door een vertegenwoordiger van het land, welks vlag het schip voert, geheven zou worden, uit welken hoofde ook, van een Nederlands schip, dat onder gelijke omstandigheden uit een Nederlandse haven naar dat land vertrok;
B. ten laste van een buitenlands schip, dat niet de vlag voert van het land, waar hij gevestigd is, en dat uit zijn ambtsgebied naar Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba vertrekt, als kanselarijrecht het bedrag heft, dat in de ter plaatse geldige of andere munt door een vertegenwoordiger van het land, welks vlag het schip voert, geheven zou worden, uit welken hoofde ook, van een Nederlands schip, dat onder gelijke omstandigheden naar dat land vertrok.
2. Onder buitenlandse schepen in de zin van dit artikel zijn niet te verstaan schepen, varende onder vreemde vlag, welke door een Nederlandse ondernemer zijn gehuurd of voor bepaalde tijd zijn bevracht.
A. ten laste van een schip, dat de vlag voert van het land, waar hij gevestigd is, en dat uit zijn ambtsgebied naar Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba vertrekt, als kanselarijrecht de tegenwaarde heft van het bedrag in euro of andere munt, dat door een vertegenwoordiger van het land, welks vlag het schip voert, geheven zou worden, uit welken hoofde ook, van een Nederlands schip, dat onder gelijke omstandigheden uit een Nederlandse haven naar dat land vertrok;
B. ten laste van een buitenlands schip, dat niet de vlag voert van het land, waar hij gevestigd is, en dat uit zijn ambtsgebied naar Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba vertrekt, als kanselarijrecht het bedrag heft, dat in de ter plaatse geldige of andere munt door een vertegenwoordiger van het land, welks vlag het schip voert, geheven zou worden, uit welken hoofde ook, van een Nederlands schip, dat onder gelijke omstandigheden naar dat land vertrok.
2. Onder buitenlandse schepen in de zin van dit artikel zijn niet te verstaan schepen, varende onder vreemde vlag, welke door een Nederlandse ondernemer zijn gehuurd of voor bepaalde tijd zijn bevracht.