BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 6
Wet op de Kanselarijrechten 1948
Wanneer de ambtenaar ten verzoeke van een persoon of in diens welbegrepen belang een handeling verricht:
A. tussen de uren, voor elke diplomatieke zending of consulaire post door Onze Minister van Buitenlandse Zaken te bepalen;
B. op Zondag;
C. op feest- en rouwdagen, voor elke diplomatieke zending of consulaire post door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen,
verhoogt hij het kanselarijrecht met 50 %, met dien verstande dat dit artikel niet van toepassing is op
I. Mekkagangers, die Nederlands onderdaan zijn;
II. handelingen, die vóór het begin der sub A. bedoelde uren zijn aangevangen en niet langer dan een half uur na dit begin voortduren;
III. de tariefposten, waarbij deze wet vermeldt, dat zij voor verhoging ingevolge dit artikel niet vatbaar zijn,
doch voorts met dien verstande, dat die verhoging toepasselijk is op de maxima en minima, bij deze wet bepaald.
A. tussen de uren, voor elke diplomatieke zending of consulaire post door Onze Minister van Buitenlandse Zaken te bepalen;
B. op Zondag;
C. op feest- en rouwdagen, voor elke diplomatieke zending of consulaire post door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen,
verhoogt hij het kanselarijrecht met 50 %, met dien verstande dat dit artikel niet van toepassing is op
I. Mekkagangers, die Nederlands onderdaan zijn;
II. handelingen, die vóór het begin der sub A. bedoelde uren zijn aangevangen en niet langer dan een half uur na dit begin voortduren;
III. de tariefposten, waarbij deze wet vermeldt, dat zij voor verhoging ingevolge dit artikel niet vatbaar zijn,
doch voorts met dien verstande, dat die verhoging toepasselijk is op de maxima en minima, bij deze wet bepaald.