BWBR0002043
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 1
Wet op de Kanselarijrechten 1948
A. Deze wet verstaat onder:
1. de ambtenaren: de hoofden van diplomatieke zendingen en consulaire posten of hun plaatsvervangers, alsmede die andere personen, welke door Onze Minister van Buitenlandse Zaken tot het heffen van kanselarijrecht zijn of worden aangewezen;
2. ambtsgebied: het district of - geen district vastgesteld zijnde - het ressort of sub-ressort van de ambtenaar;
3. land: het gebied van een vreemde Mogendheid of van derzelver kolonie, protectoraat of ander gewest of mandaatgebied, dan wel een deel van zodanig gebied;
4. heffen: het berekenen en ten laste stellen, onverschillig of de betaling vooruit, gelijktijdig of later geschiedt;
5. handeling: de dienst, welke de ambtenaar ten behoeve van een persoon verricht;
6. persoon: een natuurlijk persoon, of een rechtspersoon, hetzij naar het recht van Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, hetzij naar buitenlands recht;
7. belanghebbende: de persoon, te wiens behoeve de ambtenaar de handeling verricht;
8. gezin: een echtpaar zonder kinderen, of een echtpaar met een of meer minderjarige kinderen, uit deszelfs huwelijk of uit een vorig huwelijk van een der echtgenoten geboren, of een vader met een of meer zijner minderjarige kinderen of stiefkinderen, of een moeder met een of meer harer minderjarige kinderen of stiefkinderen, of twee of meer minderjarige kinderen of stiefkinderen van dezelfde vader of de zelfde moeder buiten aanwezigheid hunner ouders of stiefouders;
9. Nederlands onderdaan: een Nederlands onderdaan, al dan niet Nederlander, of een persoon, staande onder Onze bescherming;
10. Nederlands, behorende tot het staatsverband van het Koninkrijk;
11. schip: tenzij het tegendeel blijkt, een vaartuig, hoe ook genaamd, dat gerechtigd is, de Nederlandse vlag te voeren;
12. zeeman: de kapitein en alle andere personen, vermeld in de monsterrol van een schip, waarop zij in dienstbetrekking zijn, alsmede de schipper en verdere bemanning van Nederlandse binnenvaartuigen, en Nederlandse onderdanen, die op een buitenlands schip in dienstbetrekking zijn, of die de ambtenaar aannemelijk maken, dat zij van de zee- of binnenvaart of van de visserij hun beroep maken;
13. proces verbaal: een verslag, dat de ambtenaar opmaakt, dateert, ondertekent en in zijn archief bewaart, doch waarvan hij afschrift geven kan;
14. blad: een dubbel vel papier;
15. bladzijde: 500 lettergrepen of 100 ideogrammen.
B. Waar deze wet voor de berekening van kanselarijrecht de maatstaf aanlegt van
500 Bruto Register Ton
€ 45,38
een uur of een half uur
een maand
een jaar of een halfjaar
een bladzijde
bladen,
verstaat zij hieronder mede een aantal Bruto Register Ton, een bedrag, een tijdsverloop, een aantal lettergrepen of ideogrammen of een aantal bladen, dat beneden deze maatstaf blijft of na toepassing daarvan alsnog overschiet.
1. de ambtenaren: de hoofden van diplomatieke zendingen en consulaire posten of hun plaatsvervangers, alsmede die andere personen, welke door Onze Minister van Buitenlandse Zaken tot het heffen van kanselarijrecht zijn of worden aangewezen;
2. ambtsgebied: het district of - geen district vastgesteld zijnde - het ressort of sub-ressort van de ambtenaar;
3. land: het gebied van een vreemde Mogendheid of van derzelver kolonie, protectoraat of ander gewest of mandaatgebied, dan wel een deel van zodanig gebied;
4. heffen: het berekenen en ten laste stellen, onverschillig of de betaling vooruit, gelijktijdig of later geschiedt;
5. handeling: de dienst, welke de ambtenaar ten behoeve van een persoon verricht;
6. persoon: een natuurlijk persoon, of een rechtspersoon, hetzij naar het recht van Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, hetzij naar buitenlands recht;
7. belanghebbende: de persoon, te wiens behoeve de ambtenaar de handeling verricht;
8. gezin: een echtpaar zonder kinderen, of een echtpaar met een of meer minderjarige kinderen, uit deszelfs huwelijk of uit een vorig huwelijk van een der echtgenoten geboren, of een vader met een of meer zijner minderjarige kinderen of stiefkinderen, of een moeder met een of meer harer minderjarige kinderen of stiefkinderen, of twee of meer minderjarige kinderen of stiefkinderen van dezelfde vader of de zelfde moeder buiten aanwezigheid hunner ouders of stiefouders;
9. Nederlands onderdaan: een Nederlands onderdaan, al dan niet Nederlander, of een persoon, staande onder Onze bescherming;
10. Nederlands, behorende tot het staatsverband van het Koninkrijk;
11. schip: tenzij het tegendeel blijkt, een vaartuig, hoe ook genaamd, dat gerechtigd is, de Nederlandse vlag te voeren;
12. zeeman: de kapitein en alle andere personen, vermeld in de monsterrol van een schip, waarop zij in dienstbetrekking zijn, alsmede de schipper en verdere bemanning van Nederlandse binnenvaartuigen, en Nederlandse onderdanen, die op een buitenlands schip in dienstbetrekking zijn, of die de ambtenaar aannemelijk maken, dat zij van de zee- of binnenvaart of van de visserij hun beroep maken;
13. proces verbaal: een verslag, dat de ambtenaar opmaakt, dateert, ondertekent en in zijn archief bewaart, doch waarvan hij afschrift geven kan;
14. blad: een dubbel vel papier;
15. bladzijde: 500 lettergrepen of 100 ideogrammen.
B. Waar deze wet voor de berekening van kanselarijrecht de maatstaf aanlegt van
500 Bruto Register Ton
€ 45,38
een uur of een half uur
een maand
een jaar of een halfjaar
een bladzijde
bladen,
verstaat zij hieronder mede een aantal Bruto Register Ton, een bedrag, een tijdsverloop, een aantal lettergrepen of ideogrammen of een aantal bladen, dat beneden deze maatstaf blijft of na toepassing daarvan alsnog overschiet.