BWBV0002414
Artikel 68
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. In de Verdragsluitende Staat waar de rechterlijke instanties volgens het bepaalde in de artikelen 66 en 67 bevoegd zijn, worden rechtsvorderingen ingesteld bij de rechterlijke instanties die absoluut en relatief bevoegd zouden zijn indien het rechtsvorderingen inzake een in die Staat verleend nationaal octrooi zou betreffen.
2. De artikelen 66 en 67 zijn van toepassing op rechtsvorderingen inzake Europese octrooiaanvragen waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, voor zover geen aanspraak wordt gemaakt op het recht tot verkrijging van een Europees octrooi.
3. Indien op grond van de artikelen 66 en 67 en van het eerste en het tweede lid van het onderhavige artikel geen rechterlijke instantie bevoegd is inzake een rechtsvordering betreffende een Gemeenschapsoctrooi, kan deze rechtsvordering worden ingesteld bij de rechterlijke instanties van de Bondsrepubliek Duitsland.
2. De artikelen 66 en 67 zijn van toepassing op rechtsvorderingen inzake Europese octrooiaanvragen waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, voor zover geen aanspraak wordt gemaakt op het recht tot verkrijging van een Europees octrooi.
3. Indien op grond van de artikelen 66 en 67 en van het eerste en het tweede lid van het onderhavige artikel geen rechterlijke instantie bevoegd is inzake een rechtsvordering betreffende een Gemeenschapsoctrooi, kan deze rechtsvordering worden ingesteld bij de rechterlijke instanties van de Bondsrepubliek Duitsland.
- Citeren als
- Art. 68
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl