BWBV0002414
Artikel 55
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Een ieder kan bij het Europees Octrooibureau een verzoek tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi indienen; in het geval bedoeld in artikel 56, eerste lid, sub e), kan het verzoek echter slechts worden ingediend door de persoon die het recht heeft als enige houder, of door de personen gezamenlijk die het recht hebben als medehouders van het octrooi overeenkomstig artikel 23 te worden ingeschreven in het Register van Gemeenschapsoctrooien.
2. In de gevallen bedoeld in artikel 56, eerste lid, sub a) tot en met sub d), kan het verzoek niet worden ingediend zolang er oppositie kan worden ingesteld of een oppositieprocedure aanhangig is.
3. Het verzoek kan ook worden ingediend nadat het Gemeenschapsoctrooi is geëindigd.
4. Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen omkleed. Het wordt eerst geacht te zijn ingediend na betaling van de nietigheidstaks.
5. De verzoeker is evenals de octrooihouder partij in de nietigheidsprocedure.
6. Indien de verzoeker geen woonplaats of zetel heeft op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Staten, moet hij op vordering van de octrooihouder zekerheid stellen voor de proceskosten. De nietigheidsafdeling stelt naar billijkheid het bedrag van de zekerheid vast en bepaalt de termijn binnen welke deze moet worden gesteld. Indien de zekerheid niet binnen de bepaalde termijn is gesteld, wordt het verzoek geacht te zijn ingetrokken.
2. In de gevallen bedoeld in artikel 56, eerste lid, sub a) tot en met sub d), kan het verzoek niet worden ingediend zolang er oppositie kan worden ingesteld of een oppositieprocedure aanhangig is.
3. Het verzoek kan ook worden ingediend nadat het Gemeenschapsoctrooi is geëindigd.
4. Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen omkleed. Het wordt eerst geacht te zijn ingediend na betaling van de nietigheidstaks.
5. De verzoeker is evenals de octrooihouder partij in de nietigheidsprocedure.
6. Indien de verzoeker geen woonplaats of zetel heeft op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Staten, moet hij op vordering van de octrooihouder zekerheid stellen voor de proceskosten. De nietigheidsafdeling stelt naar billijkheid het bedrag van de zekerheid vast en bepaalt de termijn binnen welke deze moet worden gesteld. Indien de zekerheid niet binnen de bepaalde termijn is gesteld, wordt het verzoek geacht te zijn ingetrokken.
- Citeren als
- Art. 55
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl