BWBV0002414
Artikel 60
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Elke bij de nietigheidsprocedure betrokken partij draagt de door haargemaakte kosten, behalve indien de nietigheidsafdeling overeenkomstig het Uitvoeringsreglement, of het Gemeenschappelijk Hof van Beroep overeenkomstig zijn reglement voor de procesvoering, op gronden van billijkheid besluit tot een andere verdeling van de door een mondelinge procedure of een bewijslevering veroorzaakte kosten. Op verzoek kan een beslissing over de verdeling van de kosten ook worden genomen indien het verzoek tot nietigverklaring is ingetrokken of indien het Gemeenschapsoctrooi is geëindigd.
2. Op verzoek stelt de griffie van de nietigheidsafdeling het bedrag vast van de kosten die krachtens een beslissing omtrent de kostenverdeling moeten worden vergoed. Het bedrag van de kosten zoals dat door de griffie is vastgesteld, kan op een verzoek, ingediend binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn, door een beslissing van de nietigheidsafdeling worden gewijzigd.
3. Artikel 104, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoek stelt de griffie van de nietigheidsafdeling het bedrag vast van de kosten die krachtens een beslissing omtrent de kostenverdeling moeten worden vergoed. Het bedrag van de kosten zoals dat door de griffie is vastgesteld, kan op een verzoek, ingediend binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn, door een beslissing van de nietigheidsafdeling worden gewijzigd.
3. Artikel 104, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 60
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl