BWBV0002414
Artikel 62
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. De bepalingen van de hoofdstukken I en III van het Zevende Deel van het Europees Octrooiverdrag, met uitzondering van artikel 124, zijn voor wat het onderhavige Verdrag betreft, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. artikel 114, eerste lid, slechts van toepassing is op de nietigheidsafdelingen;
b. artikel 116, tweede en derde lid, slechts van toepassing is op de afdeling voor de administratie van octrooien en artikel 116, vierde lid, slechts op de nietigheidsafdelingen;
c. artikel 122 ook van toepassing is op alle andere partijen in procedures voor de bijzondere organen;
d. artikel 123, derde lid, van toepassing is op beperkingsprocedures en nietigheidsprocedures voor de nietigheidsafdelingen;
e. onder „Verdragsluitende Staten" de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
2. Niettegenstaande het in het eerste lid, sub e), bepaalde, is degene die bij het Europees Octrooibureau is ingeschreven in de lijst van erkende gemachtigden en niet de nationaliteit bezit van een van de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag, noch kantoor houdt of werkzaam is op het grondgebied van een van die Staten, bevoegd als erkend gemachtigde voor een partij in een procedure inzake een Gemeenschapsoctrooi voor de bijzondere organen op te treden mits:
a. hij volgens het Europees Octrooiregister als laatste gemachtigd was als erkend gemachtigde voor die partij of haar rechtsvoorganger op te treden in een in het Europees Octrooiverdrag vastgestelde procedure inzake dat Gemeenschapsoctrooi of inzake de Europese octrooiaanvrage die tot verlening daarvan heeft geleid, en
b. de Staat waarvan hij de nationaliteit bezit of op welks grondgebied hij kantoor houdt of werkzaam is, ten aanzien van de vertegenwoordiging bij de centrale dienst voor de industriële eigendom van deze Staat, bepalingen toepast die beantwoorden aan de eisen van wederkerigheid die door de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur kunnen worden gesteld.
a. artikel 114, eerste lid, slechts van toepassing is op de nietigheidsafdelingen;
b. artikel 116, tweede en derde lid, slechts van toepassing is op de afdeling voor de administratie van octrooien en artikel 116, vierde lid, slechts op de nietigheidsafdelingen;
c. artikel 122 ook van toepassing is op alle andere partijen in procedures voor de bijzondere organen;
d. artikel 123, derde lid, van toepassing is op beperkingsprocedures en nietigheidsprocedures voor de nietigheidsafdelingen;
e. onder „Verdragsluitende Staten" de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
2. Niettegenstaande het in het eerste lid, sub e), bepaalde, is degene die bij het Europees Octrooibureau is ingeschreven in de lijst van erkende gemachtigden en niet de nationaliteit bezit van een van de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag, noch kantoor houdt of werkzaam is op het grondgebied van een van die Staten, bevoegd als erkend gemachtigde voor een partij in een procedure inzake een Gemeenschapsoctrooi voor de bijzondere organen op te treden mits:
a. hij volgens het Europees Octrooiregister als laatste gemachtigd was als erkend gemachtigde voor die partij of haar rechtsvoorganger op te treden in een in het Europees Octrooiverdrag vastgestelde procedure inzake dat Gemeenschapsoctrooi of inzake de Europese octrooiaanvrage die tot verlening daarvan heeft geleid, en
b. de Staat waarvan hij de nationaliteit bezit of op welks grondgebied hij kantoor houdt of werkzaam is, ten aanzien van de vertegenwoordiging bij de centrale dienst voor de industriële eigendom van deze Staat, bepalingen toepast die beantwoorden aan de eisen van wederkerigheid die door de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur kunnen worden gesteld.
- Citeren als
- Art. 62
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl