BWBV0002414
Artikel 73
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Indien de beslissing van een nationale rechterlijke instantie op een rechtsvordering anders dan een rechtsvordering bedoeld in het Geschillenprotocol betreffende een Europese octrooiaanvrage die kan leiden tot de verlening van een Gemeenschapsoctrooi, afhankelijk is van de octrooieerbaarheid van de uitvinding, kan deze beslissing eerst worden gegeven nadat het Europees Octrooibureau het Gemeenschapsoctrooi heeft verleend of de aanvrage heeft afgewezen. Nadat het Gemeenschapsoctrooi is verleend, is het tweede lid van toepassing.
2. Indien oppositie is ingesteld of indien een verzoek tot beperking of nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi is ingediend, kan de nationale rechterlijke instantie op verzoek van een van de partijen en na de andere partijen te hebben gehoord, een procedure betreffende het Gemeenschapsoctrooi schorsen, voor zover haar beslissing afhankelijk is van de geldigheid van het octrooi. Op verzoek van een van de partijen doet de rechterlijke instantie zich de stukken van de oppositie-, beperkings- of nietigheidsprocedure voorleggen met het oog op de beslissing over het verzoek tot schorsing.
2. Indien oppositie is ingesteld of indien een verzoek tot beperking of nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi is ingediend, kan de nationale rechterlijke instantie op verzoek van een van de partijen en na de andere partijen te hebben gehoord, een procedure betreffende het Gemeenschapsoctrooi schorsen, voor zover haar beslissing afhankelijk is van de geldigheid van het octrooi. Op verzoek van een van de partijen doet de rechterlijke instantie zich de stukken van de oppositie-, beperkings- of nietigheidsprocedure voorleggen met het oog op de beslissing over het verzoek tot schorsing.
- Citeren als
- Art. 73
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl