BWBV0002414
Artikel 75
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Voorzover een in een Verdragsluitende Staat verleend nationaal octrooi betrekking heeft op een uitvinding waarvoor aan dezelfde uitvinder of aan zijn rechtverkrijgende een Gemeenschapsoctrooi is verleend met dezelfde aanvraagdatum of, indien voorrang is ingeroepen, met dezelfde voorrangsdatum, heeft dit nationaal octrooi, voor zover het dezelfde uitvinding als het Gemeenschapsoctrooi beschermt, geen rechtsgevolgen meer vanaf de datum waarop:
a. de voor het instellen van oppositie tegen het Gemeenschapsoctrooi vastgestelde termijn is verstreken zonder dat oppositie is ingesteld;
b. de oppositieprocedure is afgesloten, waarbij het Gemeenschapsoctrooi in stand is gebleven, of
c. het nationaal octrooi is verleend indien deze datum ligt na de datum bedoeld sub a) of sub b), al naar het geval.
2. Het einde of de nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi op een later tijdstip laat het bepaalde in het eerste lid onverlet.
3. Elke Verdragsluitende Staat kan de procedure vaststellen volgens welke wordt geconstateerd of, en zo ja in hoeverre, het nationaal octrooi geen rechtsgevolgen meer heeft. Deze Staat kan bovendien bepalen dat het nationaal octrooi van de aanvang af geen rechtsgevolgen heeft gehad.
4. Tot de in het eerste lid bedoelde datum bestaat er dubbele bescherming door een Gemeenschapsoctrooi of een Europese octrooiaanvrage en door een nationaal octrooi of een aanvrage om een nationaal octrooi, tenzij de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat anders bepaalt.
a. de voor het instellen van oppositie tegen het Gemeenschapsoctrooi vastgestelde termijn is verstreken zonder dat oppositie is ingesteld;
b. de oppositieprocedure is afgesloten, waarbij het Gemeenschapsoctrooi in stand is gebleven, of
c. het nationaal octrooi is verleend indien deze datum ligt na de datum bedoeld sub a) of sub b), al naar het geval.
2. Het einde of de nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi op een later tijdstip laat het bepaalde in het eerste lid onverlet.
3. Elke Verdragsluitende Staat kan de procedure vaststellen volgens welke wordt geconstateerd of, en zo ja in hoeverre, het nationaal octrooi geen rechtsgevolgen meer heeft. Deze Staat kan bovendien bepalen dat het nationaal octrooi van de aanvang af geen rechtsgevolgen heeft gehad.
4. Tot de in het eerste lid bedoelde datum bestaat er dubbele bescherming door een Gemeenschapsoctrooi of een Europese octrooiaanvrage en door een nationaal octrooi of een aanvrage om een nationaal octrooi, tenzij de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat anders bepaalt.
- Citeren als
- Art. 75
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl