BWBV0002414
Artikel 56
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Een verzoek tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi kan slechts op de volgende gronden berusten:
a. het onderwerp van het octrooi is niet octrooieerbaar ingevolge de artikelen 52 tot en met 57 van het Europees Octrooiverdrag;
b. het octrooischrift bevat niet een beschrijving van de uitvinding, die zodanig duidelijk en volledig is dat een deskundige deze uitvinding kan toepassen;
c. het onderwerp van het octrooi wordt niet gedekt door de inhoud van de Europese octrooiaanvrage zoals die is ingediend, of door de inhoud van de oorspronkelijke aanvrage zoals die is ingediend indien het octrooi is verleend op een afgesplitste Europese aanvrage of op een nieuwe Europese octrooiaanvrage die is ingediend overeenkomstig artikel 61 van het Europees Octrooiverdrag;
d. de beschermingsomvang van het octrooi is uitgebreid;
e. de octrooihouder is, krachtens een beslissing die in alle Verdragsluitende Staten moet worden erkend, niet de rechthebbende op het octrooi volgens artikel 60, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag;
f. het onderwerp van het octrooi is op grond van artikel 36, eerste lid, niet octrooieerbaar.
2. Indien de nietigheidsgronden het octrooi slechts gedeeltelijk aantasten, wordt de nietigheid zodanig uitgesproken dat het octrooi dienovereenkomstig wordt beperkt. De beperking kan geschieden in de vorm van een wijziging van de conclusies, van de beschrijving of van de tekeningen.
3. In het in het eerste lid, sub f), bedoelde geval wordt de nietigheid slechts uitgesproken voor de Verdragsluitende Staat waar de nationale octrooiaanvrage of het nationale octrooi voor het publiek toegankelijk is geworden.
a. het onderwerp van het octrooi is niet octrooieerbaar ingevolge de artikelen 52 tot en met 57 van het Europees Octrooiverdrag;
b. het octrooischrift bevat niet een beschrijving van de uitvinding, die zodanig duidelijk en volledig is dat een deskundige deze uitvinding kan toepassen;
c. het onderwerp van het octrooi wordt niet gedekt door de inhoud van de Europese octrooiaanvrage zoals die is ingediend, of door de inhoud van de oorspronkelijke aanvrage zoals die is ingediend indien het octrooi is verleend op een afgesplitste Europese aanvrage of op een nieuwe Europese octrooiaanvrage die is ingediend overeenkomstig artikel 61 van het Europees Octrooiverdrag;
d. de beschermingsomvang van het octrooi is uitgebreid;
e. de octrooihouder is, krachtens een beslissing die in alle Verdragsluitende Staten moet worden erkend, niet de rechthebbende op het octrooi volgens artikel 60, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag;
f. het onderwerp van het octrooi is op grond van artikel 36, eerste lid, niet octrooieerbaar.
2. Indien de nietigheidsgronden het octrooi slechts gedeeltelijk aantasten, wordt de nietigheid zodanig uitgesproken dat het octrooi dienovereenkomstig wordt beperkt. De beperking kan geschieden in de vorm van een wijziging van de conclusies, van de beschrijving of van de tekeningen.
3. In het in het eerste lid, sub f), bedoelde geval wordt de nietigheid slechts uitgesproken voor de Verdragsluitende Staat waar de nationale octrooiaanvrage of het nationale octrooi voor het publiek toegankelijk is geworden.
- Citeren als
- Art. 56
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl