BWBV0002414
Artikel 52
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. De nietigheidsafdeling onderzoekt of de in artikel 56, eerste lid, sub a) tot en met d), genoemde nietigheidsgronden het in stand blijven van het Gemeenschapsoctrooi in de gewijzigde vorm in de weg staan.
2. Tijdens de behandeling van het verzoek, die moet plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Uitvoeringsreglement, verzoekt de nietigheidsafdeling zo dikwijls als nodig de octrooihouder, binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden op kennisgevingen die zij tot hem heeft gericht.
3. Indien de octrooihouder binnen de gestelde termijn geen gehoor geeft aan een verzoek dat de nietigheidsafdeling overeenkomstig het tweede lid tot hem heeft gericht wordt het verzoek tot beperking als ingetrokken beschouwd.
2. Tijdens de behandeling van het verzoek, die moet plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Uitvoeringsreglement, verzoekt de nietigheidsafdeling zo dikwijls als nodig de octrooihouder, binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden op kennisgevingen die zij tot hem heeft gericht.
3. Indien de octrooihouder binnen de gestelde termijn geen gehoor geeft aan een verzoek dat de nietigheidsafdeling overeenkomstig het tweede lid tot hem heeft gericht wordt het verzoek tot beperking als ingetrokken beschouwd.
- Citeren als
- Art. 52
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl