BWBV0002414
Artikel 81
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Behoudens het derde lid is dit Verdrag niet van toepassing op Europese octrooiaanvragen die gedurende een overgangsperiode worden ingediend, noch op de daarop verleende Europese octrooien, indien de aanvrager binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn bij het Europees Octrooibureau een verklaring indient dat hij geen Gemeenschapsoctrooi wenst te verkrijgen, met vermelding van de Verdragsluitende Staten waarvan de aanwijzing gehandhaafd moet blijven. Zolang de voorgeschreven taksen niet zijn voldaan, wordt de verklaring geacht niet te zijn ingediend. De verklaring kan niet worden herroepen.
2. Artikel 54, derde en vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag is van toepassing op een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen of op een Gemeenschapsoctrooi, indien de aanvrage of het octrooi een latere indienings- of aanvraagdatum dan wel, indien voorrang is ingeroepen, een latere voorrangsdatum heeft dan een Europese octrooiaanvrage waarin een of meer Verdragsluitende Staten aangewezen zijn. Is een Gemeenschapsoctrooi om deze reden beperkt of nietig verklaard, dan wordt de beperking of de nietigverklaring slechts uitgesproken voor de Verdragsluitende Staten die in de gepubliceerde Europese octrooiaanvrage zijn aangewezen.
3. De artikelen 75 tot en met 77 en artikel 79 zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde Europese octrooien, met dien verstande dat in de artikelen 75 en 79 in plaats van „Gemeenschapsoctrooi", en in de artikelen 76 en 77 in plaats van „nationaal octrooi", moet worden gelezen „Europees octrooi".
4. De Raad van de Europese Gemeenschappen kan, op voorstel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of van een Verdragsluitende Staat, besluiten de in het eerste lid bedoelde overgangsperiode te beëindigen.
5. Het in het vierde lid bedoelde besluit wordt met eenparigheid van stemmen genomen.
2. Artikel 54, derde en vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag is van toepassing op een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen of op een Gemeenschapsoctrooi, indien de aanvrage of het octrooi een latere indienings- of aanvraagdatum dan wel, indien voorrang is ingeroepen, een latere voorrangsdatum heeft dan een Europese octrooiaanvrage waarin een of meer Verdragsluitende Staten aangewezen zijn. Is een Gemeenschapsoctrooi om deze reden beperkt of nietig verklaard, dan wordt de beperking of de nietigverklaring slechts uitgesproken voor de Verdragsluitende Staten die in de gepubliceerde Europese octrooiaanvrage zijn aangewezen.
3. De artikelen 75 tot en met 77 en artikel 79 zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde Europese octrooien, met dien verstande dat in de artikelen 75 en 79 in plaats van „Gemeenschapsoctrooi", en in de artikelen 76 en 77 in plaats van „nationaal octrooi", moet worden gelezen „Europees octrooi".
4. De Raad van de Europese Gemeenschappen kan, op voorstel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of van een Verdragsluitende Staat, besluiten de in het eerste lid bedoelde overgangsperiode te beëindigen.
5. Het in het vierde lid bedoelde besluit wordt met eenparigheid van stemmen genomen.
- Citeren als
- Art. 81
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl