BWBV0002414
Artikel 43
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Indien de houder van een Gemeenschapsoctrooi bij het Europees Octrooibureau een schriftelijke verklaring indient dat hij bereid is een ieder toe te staan als licentiehouder de uitvinding toe te passen tegen betaling van een redelijke vergoeding, worden de jaartaksen voor instandhouding van het Gemeenschapsoctrooi, die na ontvangst van de verklaring vervallen, verlaagd; het bedrag van de verlaging wordt vastgesteld in het Reglement betreffende de taksen. Bij een volledige verandering in het houderschap van het octrooi ingevolge een krachtens artikel 23 ingestelde rechtsvordering wordt de verklaring geacht te zijn ingetrokken op de dag waarop de rechthebbende in het Register van Gemeenschapsoctrooien is ingeschreven.
2. De verklaring kan op elk ogenblik door een schriftelijke kennisgeving aan het Europees Octrooibureau worden ingetrokken mits nog niemand de octrooihouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen de uitvinding toe te passen. De intrekking wordt van kracht bij indiening van genoemde kennisgeving. Het bedrag waarmee de jaartaksen verlaagd werden, dient alsnog te worden betaald binnen een termijn van één maand na de intrekking; artikel 48, tweede lid, is van toepassing, met dien verstande dat de termijn van zes maanden begint te lopen bij het verstrijken van voornoemde termijn.
3. De verklaring kan niet worden ingediend zolang in het Register van Gemeenschapsoctrooien een uitsluitende licentie is ingeschreven of indien een verzoek tot inschrijving van zulk een licentie bij het Europees Octrooibureau is ingediend.
4. Ingevolge deze verklaring is een ieder bevoegd de uitvinding als licentiehouder toe te passen onder de voorwaarden genoemd in het Uitvoeringsreglement. Een krachtens dit artikel verkregen licentie wordt in de zin van dit Verdrag gelijkgesteld met een contractuele licentie.
5. Op schriftelijk verzoek van een van de partijen stelt de nietigheidsafdeling het bedrag van de redelijke vergoeding vast, of wijzigt zij dit indien er zich feiten hebben voorgedaan of feiten bekend zijn geworden waaruit blijkt dat dit bedrag kennelijk onredelijk is. De voor de nietigheidsprocedure geldende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover zij niet buiten toepassing moeten blijven wegens de bijzondere aard van de nietigheidsprocedure. Het verzoek wordt eerst als ingediend beschouwd nadat een administratieve taks is betaald.
6. Een verzoek tot inschrijving van een uitsluitende licentie in het Register van Gemeenschapsoctrooien is niet ontvankelijk nadat de in het eerste lid bedoelde verklaring is ingediend, tenzij deze is ingetrokken of geacht wordt te zijn ingetrokken.
2. De verklaring kan op elk ogenblik door een schriftelijke kennisgeving aan het Europees Octrooibureau worden ingetrokken mits nog niemand de octrooihouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen de uitvinding toe te passen. De intrekking wordt van kracht bij indiening van genoemde kennisgeving. Het bedrag waarmee de jaartaksen verlaagd werden, dient alsnog te worden betaald binnen een termijn van één maand na de intrekking; artikel 48, tweede lid, is van toepassing, met dien verstande dat de termijn van zes maanden begint te lopen bij het verstrijken van voornoemde termijn.
3. De verklaring kan niet worden ingediend zolang in het Register van Gemeenschapsoctrooien een uitsluitende licentie is ingeschreven of indien een verzoek tot inschrijving van zulk een licentie bij het Europees Octrooibureau is ingediend.
4. Ingevolge deze verklaring is een ieder bevoegd de uitvinding als licentiehouder toe te passen onder de voorwaarden genoemd in het Uitvoeringsreglement. Een krachtens dit artikel verkregen licentie wordt in de zin van dit Verdrag gelijkgesteld met een contractuele licentie.
5. Op schriftelijk verzoek van een van de partijen stelt de nietigheidsafdeling het bedrag van de redelijke vergoeding vast, of wijzigt zij dit indien er zich feiten hebben voorgedaan of feiten bekend zijn geworden waaruit blijkt dat dit bedrag kennelijk onredelijk is. De voor de nietigheidsprocedure geldende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover zij niet buiten toepassing moeten blijven wegens de bijzondere aard van de nietigheidsprocedure. Het verzoek wordt eerst als ingediend beschouwd nadat een administratieve taks is betaald.
6. Een verzoek tot inschrijving van een uitsluitende licentie in het Register van Gemeenschapsoctrooien is niet ontvankelijk nadat de in het eerste lid bedoelde verklaring is ingediend, tenzij deze is ingetrokken of geacht wordt te zijn ingetrokken.
- Citeren als
- Art. 43
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl