BWBR0050465
Geldig vanaf 2024-11-27
Artikel 5
Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
1. De specifieke uitkering wordt aangewend voor een provinciaal subsidie-instrument op grond waarvan een provincie een subsidie kan verstrekken aan een veehouderijonderneming voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie, welke subsidie omvat:
a. een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk laten vervallen van productierecht voor zover sprake is van een veehouderijonderneming met productierecht;
b. een bijdrage in verband met het waardeverlies van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit als gevolg van de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie, behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 7, vierde lid;
c. een bijdrage in verband met de kosten van het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit;
d. een vergoeding van kosten voor leges en planologische procedures, die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
e. een vergoeding van kosten voor adviesdiensten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
2. De provincie wendt, indien voor de beëindiging van veehouderijactiviteiten met aanwending van de specifieke uitkering omzetbelasting aan de provincie in rekening wordt gebracht, de specifieke uitkering niet aan voor de financiering daarvan indien de provincie voor compensatie hiervan in aanmerking komt op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
a. een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk laten vervallen van productierecht voor zover sprake is van een veehouderijonderneming met productierecht;
b. een bijdrage in verband met het waardeverlies van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit als gevolg van de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie, behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 7, vierde lid;
c. een bijdrage in verband met de kosten van het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit;
d. een vergoeding van kosten voor leges en planologische procedures, die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
e. een vergoeding van kosten voor adviesdiensten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
2. De provincie wendt, indien voor de beëindiging van veehouderijactiviteiten met aanwending van de specifieke uitkering omzetbelasting aan de provincie in rekening wordt gebracht, de specifieke uitkering niet aan voor de financiering daarvan indien de provincie voor compensatie hiervan in aanmerking komt op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.