BWBR0050465
Geldig vanaf 2024-11-27
Artikel 23
Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
1. In het in artikel 4, eerste lid, bedoelde provinciale subsidie-instrument wordt een grondslag opgenomen voor het verstrekken aan de minister van gegevens die door een veehouderijonderneming aan de provincie zijn verstrekt in het kader van subsidieverstrekking op grond van het provinciale subsidie-instrument, voor zover nodig voor:
a. de beoordeling of die gegevens overeenkomen met de gegevens waarover de minister beschikt;
b. de vaststelling door de minister van de verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 22, derde lid;
c. het opnemen van depositieruimte in Aerius Register, bedoeld in hoofdstuk 17A van de Omgevingsregeling;
d. de toepassing van artikel 20.1, eerste lid, van de Omgevingswet, de artikelen 11.68, 11.69, 11.69a, 11.69c, 12.26b en 12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de artikelen 10.36dc en 15.5 van het Omgevingsbesluit, met inbegrip van de verstrekking van die gegevens aan kennisinstellingen met het oog op werkzaamheden ten behoeve van die toepassing.
2. De minister kan voor de in het eerste lid in onderdeel a bedoelde beoordeling gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de volgende wettelijke voorschriften:
a. Meststoffenwet;
b. Wet dieren;
c. Landbouwwet;
d. Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’);
e. Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren.
a. de beoordeling of die gegevens overeenkomen met de gegevens waarover de minister beschikt;
b. de vaststelling door de minister van de verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 22, derde lid;
c. het opnemen van depositieruimte in Aerius Register, bedoeld in hoofdstuk 17A van de Omgevingsregeling;
d. de toepassing van artikel 20.1, eerste lid, van de Omgevingswet, de artikelen 11.68, 11.69, 11.69a, 11.69c, 12.26b en 12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de artikelen 10.36dc en 15.5 van het Omgevingsbesluit, met inbegrip van de verstrekking van die gegevens aan kennisinstellingen met het oog op werkzaamheden ten behoeve van die toepassing.
2. De minister kan voor de in het eerste lid in onderdeel a bedoelde beoordeling gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de volgende wettelijke voorschriften:
a. Meststoffenwet;
b. Wet dieren;
c. Landbouwwet;
d. Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’);
e. Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren.