BWBR0050465
Geldig vanaf 2024-11-27
Artikel 21
Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
1. De provincie verschaft de minister ieder kalenderjaar op uiterlijk 15 maart en 15 september door middel van voortgangsrapportages informatie over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt, met inbegrip van de borging dat de volledige of gedeeltelijke beëindiging van veehouderijactiviteiten leidt tot een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de desbetreffende veehouderijlocatie.
2. De provincie werkt mee aan een door de minister ingestelde tussentijdse evaluatie en eindevaluatie van deze regeling.
3. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt tot de datum van de beschikking tot vaststelling van de uitkering.
4. De in het tweede lid bedoelde verplichting geldt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot vaststelling van de uitkering.
2. De provincie werkt mee aan een door de minister ingestelde tussentijdse evaluatie en eindevaluatie van deze regeling.
3. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt tot de datum van de beschikking tot vaststelling van de uitkering.
4. De in het tweede lid bedoelde verplichting geldt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot vaststelling van de uitkering.