BWBR0050465
Geldig vanaf 27-11-2024
Artikel 4
Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
1. De minister verstrekt op aanvraag aan een provincie een specifieke uitkering voor een provinciaal subsidie-instrument gericht op het volledig of gedeeltelijk doen beëindigen van veehouderijactiviteiten op een veehouderijlocatie met het oog op:
a. een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de desbetreffende veehouderijlocatie; en
b. het realiseren van de in artikel 3 genoemde gebiedspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat.
2. Per provincie wordt één specifieke uitkering verstrekt voor respectievelijk sub-plafond a en sub-plafond b als bedoeld in artikel 18, eerste lid.
3. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor:
a. de omzetbelasting die de provincie kan aftrekken op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968;
b. kosten waarvoor al uit anderen hoofde een uitkering of subsidie is of wordt verstrekt.
a. een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de desbetreffende veehouderijlocatie; en
b. het realiseren van de in artikel 3 genoemde gebiedspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat.
2. Per provincie wordt één specifieke uitkering verstrekt voor respectievelijk sub-plafond a en sub-plafond b als bedoeld in artikel 18, eerste lid.
3. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor:
a. de omzetbelasting die de provincie kan aftrekken op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968;
b. kosten waarvoor al uit anderen hoofde een uitkering of subsidie is of wordt verstrekt.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050465
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl