BWBR0050465
Geldig vanaf 2024-11-27
Artikel 19
Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
1. Het plafond voor de verstrekking van specifieke uitkeringen op grond van deze
regeling bedraagt in totaal € 140.000.000, exclusief de omzetbelasting waarvoor de provincie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefondsvoor compensatie in aanmerking komt, bestaande uit:
a. sub-plafond a, ter hoogte van € 109.874.998, waarvan een maximaal bedrag per provincie beschikbaar is zoals vermeld in bijlage 3; en
b. sub-plafond b, ter hoogte van € 30.125.002.
2. De minister kan per provincie een uitkering verstrekken met toepassing van de sub-plafonds a en b.
3. Een provincie kan de uitkering aanvragen met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Voor het gedeelte van de uitkering uit sub-plafond a kan de aanvraag worden ingediend in de periode van 2 december 2024 tot en met 28 februari 2025.
5. Een aanvraag als bedoeld in het vierde lid kan worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het vierde lid genoemde begindatum en is tijdig ingediend indien de aanvraag op de in het vierde lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur is ontvangen.
6. Voor het gedeelte van de uitkering uit sub-plafond b wordt binnen achttien maanden na inwerkingtreding van de regeling de verdeelsleutel door de minister bepaald evenals de periode waarbinnen de aanvraag kan worden ingediend.
regeling bedraagt in totaal € 140.000.000, exclusief de omzetbelasting waarvoor de provincie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefondsvoor compensatie in aanmerking komt, bestaande uit:
a. sub-plafond a, ter hoogte van € 109.874.998, waarvan een maximaal bedrag per provincie beschikbaar is zoals vermeld in bijlage 3; en
b. sub-plafond b, ter hoogte van € 30.125.002.
2. De minister kan per provincie een uitkering verstrekken met toepassing van de sub-plafonds a en b.
3. Een provincie kan de uitkering aanvragen met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Voor het gedeelte van de uitkering uit sub-plafond a kan de aanvraag worden ingediend in de periode van 2 december 2024 tot en met 28 februari 2025.
5. Een aanvraag als bedoeld in het vierde lid kan worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het vierde lid genoemde begindatum en is tijdig ingediend indien de aanvraag op de in het vierde lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur is ontvangen.
6. Voor het gedeelte van de uitkering uit sub-plafond b wordt binnen achttien maanden na inwerkingtreding van de regeling de verdeelsleutel door de minister bepaald evenals de periode waarbinnen de aanvraag kan worden ingediend.