BWBR0050465
Geldig vanaf 2024-11-27
Artikel 10
Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
1. De in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, bedoelde bijdrage bedraagt 100% van de waarde van het geheel of gedeeltelijk vervallen productierecht, voor zover dat vervallen productierecht niet meer bedraagt dan het productierecht dat vereist is voor het aantal dieren, dat gemiddeld in het in artikel 2, derde lid, genoemde referentiejaar op de veehouderijlocatie is gehouden.
2. De in het eerste lid bedoelde waarde wordt in opdracht van de provincie door twee onafhankelijke taxateurs gezamenlijk bepaald op basis van:
a. de marktwaarde van het productierecht benodigd voor een varkenseenheid, respectievelijk een pluimvee-eenheid of een kilogram fosfaat; en
b. de omvang van het productierecht dat vervalt.
3. Bij het taxeren van de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde marktwaarde wordt uitgegaan van de marktwaarde op de datum van het indienen van de aanvraag om subsidie op grond van een provinciaal subsidie-instrument.
2. De in het eerste lid bedoelde waarde wordt in opdracht van de provincie door twee onafhankelijke taxateurs gezamenlijk bepaald op basis van:
a. de marktwaarde van het productierecht benodigd voor een varkenseenheid, respectievelijk een pluimvee-eenheid of een kilogram fosfaat; en
b. de omvang van het productierecht dat vervalt.
3. Bij het taxeren van de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde marktwaarde wordt uitgegaan van de marktwaarde op de datum van het indienen van de aanvraag om subsidie op grond van een provinciaal subsidie-instrument.