BWBR0047415
Geldig vanaf 2022-11-03
Artikel 8
Subsidieregeling strategisch belangrijke onderzoeksprogramma’s (SBO)
De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening voor zover de subsidie bestemd is voor economische activiteiten en:
a. de subsidieverstrekking: 1°. niet zou voldoen aan de eis van transparantie van steun, bedoeld in artikel 5 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. zou leiden tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempels, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen i of j, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie op grond van artikel 25 of artikel 26 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. in strijd zou zijn met het bepaalde bij of krachtens artikel 5, vierde lid, of een bepaling betreffende het cumuleren van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. in strijd zou zijn met de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
6°. zou bestaan uit steun die een effect zou hebben op de in- en uitvoer dat niet is toegestaan op grond van artikel 1, tweede lid, onderdelen c en d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
7°. zou leiden tot een daarmee onlosmakelijk verbonden schending van het Unierecht als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. niet zou voldoen aan de eis van transparantie van steun, bedoeld in artikel 5 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. zou leiden tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempels, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen i of j, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie op grond van artikel 25 of artikel 26 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. in strijd zou zijn met het bepaalde bij of krachtens artikel 5, vierde lid, of een bepaling betreffende het cumuleren van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. in strijd zou zijn met de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
6°. zou bestaan uit steun die een effect zou hebben op de in- en uitvoer dat niet is toegestaan op grond van artikel 1, tweede lid, onderdelen c en d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
7°. zou leiden tot een daarmee onlosmakelijk verbonden schending van het Unierecht als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. de subsidie bestemd is voor een onderzoeksinstituut dat kwalificeert als: 1°. een onderneming tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
3°. een onderneming die actief is in een sector waarvoor het op grond van artikel 1, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening niet is toegestaan steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een scheiding van de activiteiten of een uitsplitsing van de kosten, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten.
1°. een onderneming tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
3°. een onderneming die actief is in een sector waarvoor het op grond van artikel 1, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening niet is toegestaan steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een scheiding van de activiteiten of een uitsplitsing van de kosten, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten.
a. de subsidieverstrekking: 1°. niet zou voldoen aan de eis van transparantie van steun, bedoeld in artikel 5 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. zou leiden tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempels, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen i of j, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie op grond van artikel 25 of artikel 26 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. in strijd zou zijn met het bepaalde bij of krachtens artikel 5, vierde lid, of een bepaling betreffende het cumuleren van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. in strijd zou zijn met de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
6°. zou bestaan uit steun die een effect zou hebben op de in- en uitvoer dat niet is toegestaan op grond van artikel 1, tweede lid, onderdelen c en d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
7°. zou leiden tot een daarmee onlosmakelijk verbonden schending van het Unierecht als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. niet zou voldoen aan de eis van transparantie van steun, bedoeld in artikel 5 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. zou leiden tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempels, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen i of j, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie op grond van artikel 25 of artikel 26 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. in strijd zou zijn met het bepaalde bij of krachtens artikel 5, vierde lid, of een bepaling betreffende het cumuleren van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. in strijd zou zijn met de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
6°. zou bestaan uit steun die een effect zou hebben op de in- en uitvoer dat niet is toegestaan op grond van artikel 1, tweede lid, onderdelen c en d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
7°. zou leiden tot een daarmee onlosmakelijk verbonden schending van het Unierecht als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. de subsidie bestemd is voor een onderzoeksinstituut dat kwalificeert als: 1°. een onderneming tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
3°. een onderneming die actief is in een sector waarvoor het op grond van artikel 1, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening niet is toegestaan steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een scheiding van de activiteiten of een uitsplitsing van de kosten, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten.
1°. een onderneming tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
3°. een onderneming die actief is in een sector waarvoor het op grond van artikel 1, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening niet is toegestaan steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een scheiding van de activiteiten of een uitsplitsing van de kosten, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten.