BWBR0047415
Geldig vanaf 2022-11-03
Artikel 18
Subsidieregeling strategisch belangrijke onderzoeksprogramma’s (SBO)
1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De subsidieontvanger vraagt binnen dertien weken na afronding van het onderzoeksprogramma de vaststelling van de subsidie aan.
3. Een aanvraag tot subsidievaststelling bevat ten minste:
a. gegevens over de aanvrager, waaronder het post- en bezoekadres, het rekeningnummer en, voor zover van toepassing, het nummer waarmee de aanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. de omvang van de vast te stellen subsidie;
d. de kerngegevens voor de onderbouwing van de subsidievaststelling.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een eindverslag, met daarin ten minste: 1°. een omschrijving van de resultaten van het onderzoeksprogramma;
2°. een omschrijving van op welke wijze het onderzoeksprogramma heeft bijgedragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
3°. voor zover van toepassing, een omschrijving van de wijze waarop voldaan is aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 12, 13 en 14;
1°. een omschrijving van de resultaten van het onderzoeksprogramma;
2°. een omschrijving van op welke wijze het onderzoeksprogramma heeft bijgedragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
3°. voor zover van toepassing, een omschrijving van de wijze waarop voldaan is aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 12, 13 en 14;
b. een financieel eindverslag, met daarin ten minste: 1°. een overzicht waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten zijn opgenomen, inclusief een kostenopbouw die is toegespitst op de verschillende kostencomponenten;
2°. een overzicht van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee het desbetreffende strategisch belangrijke onderzoeksprogramma is gefinancierd;
1°. een overzicht waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten zijn opgenomen, inclusief een kostenopbouw die is toegespitst op de verschillende kostencomponenten;
2°. een overzicht van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee het desbetreffende strategisch belangrijke onderzoeksprogramma is gefinancierd;
c. indien de subsidiabele kosten worden berekend overeenkomstig de methode, genoemd in artikel 7, derde lid, onderdeel a, een afschrift van een rapport van feitelijke bevindingen betreffende de uitkomst van het onderzoek van een accountant betreffende de door de subsidieontvanger gehanteerde integrale kostensystematiek dat is opgesteld overeenkomstig het protocol, opgenomen in bijlage 2 van deze regeling; en
d. een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die informatie bevat waaruit blijkt dat met de aanvraag tot subsidievaststelling wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht, en is opgesteld overeenkomstig de voorschriften uit het protocol, opgenomen in bijlage 3 van deze regeling.
5. De minister kan ten behoeve van de vaststelling van de subsidie bij de subsidieontvanger aanvullende informatie of bewijsstukken opvragen die nodig zijn om te beoordelen of voldaan is aan de in deze regeling gestelde eisen.
2. De subsidieontvanger vraagt binnen dertien weken na afronding van het onderzoeksprogramma de vaststelling van de subsidie aan.
3. Een aanvraag tot subsidievaststelling bevat ten minste:
a. gegevens over de aanvrager, waaronder het post- en bezoekadres, het rekeningnummer en, voor zover van toepassing, het nummer waarmee de aanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. de omvang van de vast te stellen subsidie;
d. de kerngegevens voor de onderbouwing van de subsidievaststelling.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een eindverslag, met daarin ten minste: 1°. een omschrijving van de resultaten van het onderzoeksprogramma;
2°. een omschrijving van op welke wijze het onderzoeksprogramma heeft bijgedragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
3°. voor zover van toepassing, een omschrijving van de wijze waarop voldaan is aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 12, 13 en 14;
1°. een omschrijving van de resultaten van het onderzoeksprogramma;
2°. een omschrijving van op welke wijze het onderzoeksprogramma heeft bijgedragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
3°. voor zover van toepassing, een omschrijving van de wijze waarop voldaan is aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 12, 13 en 14;
b. een financieel eindverslag, met daarin ten minste: 1°. een overzicht waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten zijn opgenomen, inclusief een kostenopbouw die is toegespitst op de verschillende kostencomponenten;
2°. een overzicht van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee het desbetreffende strategisch belangrijke onderzoeksprogramma is gefinancierd;
1°. een overzicht waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten zijn opgenomen, inclusief een kostenopbouw die is toegespitst op de verschillende kostencomponenten;
2°. een overzicht van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee het desbetreffende strategisch belangrijke onderzoeksprogramma is gefinancierd;
c. indien de subsidiabele kosten worden berekend overeenkomstig de methode, genoemd in artikel 7, derde lid, onderdeel a, een afschrift van een rapport van feitelijke bevindingen betreffende de uitkomst van het onderzoek van een accountant betreffende de door de subsidieontvanger gehanteerde integrale kostensystematiek dat is opgesteld overeenkomstig het protocol, opgenomen in bijlage 2 van deze regeling; en
d. een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die informatie bevat waaruit blijkt dat met de aanvraag tot subsidievaststelling wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht, en is opgesteld overeenkomstig de voorschriften uit het protocol, opgenomen in bijlage 3 van deze regeling.
5. De minister kan ten behoeve van de vaststelling van de subsidie bij de subsidieontvanger aanvullende informatie of bewijsstukken opvragen die nodig zijn om te beoordelen of voldaan is aan de in deze regeling gestelde eisen.