BWBR0047415
Geldig vanaf 2022-11-03
Artikel 10
Subsidieregeling strategisch belangrijke onderzoeksprogramma’s (SBO)
1. Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. Een aanvraag om subsidieverlening bevat ten minste de gegevens, bedoeld in
artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. Onverminderd het tweede lid bevat een aanvraag om subsidieverlening ten minste:
a. gegevens over de aanvrager, waaronder het post- en bezoekadres, het rekeningnummer en, voor zover van toepassing, het nummer waarmee de aanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. kerngegevens over het onderzoeksprogramma, die bestaan uit een samenvatting van het onderzoeksprogramma en, voor zover van toepassing, een lijst van de eventueel bij het onderzoeksprogramma betrokken partijen of samenwerkingspartners.
4. De aanvraag om subsidieverlening, bedoeld in het tweede en derde lid, gaat vergezeld van ten minste:
a. een onderzoeksplan met een omschrijving van het onderzoeksprogramma, inclusief een beschrijving van de doelstellingen, beoogde tussenresultaten en de werkzaamheden binnen het onderzoeksprogramma;
b. een financieringsplan met daarin een liquiditeitsbegroting waarin een omschrijving wordt gegeven van: 1°. de omvang van de gevraagde subsidie;
2°. de totale kosten van het onderzoeksprogramma, inclusief een beschrijving van welk deel van de kosten betrekking heeft op één of meer van de activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
3°. informatie over de wijze waarop de subsidieaanvrager zijn eigen aandeel in de kosten van het onderzoeksprogramma financiert;
1°. de omvang van de gevraagde subsidie;
2°. de totale kosten van het onderzoeksprogramma, inclusief een beschrijving van welk deel van de kosten betrekking heeft op één of meer van de activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
3°. informatie over de wijze waarop de subsidieaanvrager zijn eigen aandeel in de kosten van het onderzoeksprogramma financiert;
c. een plan dat betrekking heeft op de wijze waarop de kennisverspreiding zal plaatsvinden;
d. voor zover van toepassing, documenten met daarin een beknopte omschrijving van de eventueel bij het onderzoeksprogramma betrokken partijen en samenwerkingspartners;
e. voor zover van toepassing, een verslag van een door een onafhankelijk adviesbureau uitgevoerd onderzoek betreffende de kwaliteit van een eerder op grond van deze regeling gesubsidieerd onderzoeksprogramma, indien de aanvraag om subsidieverlening is ingediend door een regulier onderzoeksinstituut;
f. documenten met daarin een beknopte beschrijving van de projectorganisatie en de kennis, ervaring en capaciteiten van de bij de uitvoering van het onderzoeksprogramma betrokken organisaties of personen, die relevant zijn om de geschiktheid van de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, te kunnen beoordelen, indien de aanvraag om subsidieverlening is ingediend door een niet-regulier onderzoeksinstituut.
2. Een aanvraag om subsidieverlening bevat ten minste de gegevens, bedoeld in
artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. Onverminderd het tweede lid bevat een aanvraag om subsidieverlening ten minste:
a. gegevens over de aanvrager, waaronder het post- en bezoekadres, het rekeningnummer en, voor zover van toepassing, het nummer waarmee de aanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. kerngegevens over het onderzoeksprogramma, die bestaan uit een samenvatting van het onderzoeksprogramma en, voor zover van toepassing, een lijst van de eventueel bij het onderzoeksprogramma betrokken partijen of samenwerkingspartners.
4. De aanvraag om subsidieverlening, bedoeld in het tweede en derde lid, gaat vergezeld van ten minste:
a. een onderzoeksplan met een omschrijving van het onderzoeksprogramma, inclusief een beschrijving van de doelstellingen, beoogde tussenresultaten en de werkzaamheden binnen het onderzoeksprogramma;
b. een financieringsplan met daarin een liquiditeitsbegroting waarin een omschrijving wordt gegeven van: 1°. de omvang van de gevraagde subsidie;
2°. de totale kosten van het onderzoeksprogramma, inclusief een beschrijving van welk deel van de kosten betrekking heeft op één of meer van de activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
3°. informatie over de wijze waarop de subsidieaanvrager zijn eigen aandeel in de kosten van het onderzoeksprogramma financiert;
1°. de omvang van de gevraagde subsidie;
2°. de totale kosten van het onderzoeksprogramma, inclusief een beschrijving van welk deel van de kosten betrekking heeft op één of meer van de activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
3°. informatie over de wijze waarop de subsidieaanvrager zijn eigen aandeel in de kosten van het onderzoeksprogramma financiert;
c. een plan dat betrekking heeft op de wijze waarop de kennisverspreiding zal plaatsvinden;
d. voor zover van toepassing, documenten met daarin een beknopte omschrijving van de eventueel bij het onderzoeksprogramma betrokken partijen en samenwerkingspartners;
e. voor zover van toepassing, een verslag van een door een onafhankelijk adviesbureau uitgevoerd onderzoek betreffende de kwaliteit van een eerder op grond van deze regeling gesubsidieerd onderzoeksprogramma, indien de aanvraag om subsidieverlening is ingediend door een regulier onderzoeksinstituut;
f. documenten met daarin een beknopte beschrijving van de projectorganisatie en de kennis, ervaring en capaciteiten van de bij de uitvoering van het onderzoeksprogramma betrokken organisaties of personen, die relevant zijn om de geschiktheid van de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, te kunnen beoordelen, indien de aanvraag om subsidieverlening is ingediend door een niet-regulier onderzoeksinstituut.