BWBR0047415
Geldig vanaf 2022-11-03
Artikel 16
Subsidieregeling strategisch belangrijke onderzoeksprogramma’s (SBO)
1. Het onderzoeksinstituut voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte activiteiten;
b. de rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen kosten;
c. het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
d. het aantal uren dat per persoon is besteed aan de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen; en
e. de berekening en samenstelling van het tarief, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a.
2. De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en onderzoeksplan.
3. Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig.
4. In de administratie wordt een onderscheid gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten die het onderzoeksinstituut uitoefent en de kosten en de financiering hiervan.
5. De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt bewaard:
a. tot tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling;
b. in geval van een gerechtelijke procedure, tot ten minste tien jaar na de datum van de afhandeling van deze gerechtelijke procedure.
6. De subsidieontvanger verleent de auditautoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun taken.
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte activiteiten;
b. de rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen kosten;
c. het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
d. het aantal uren dat per persoon is besteed aan de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen; en
e. de berekening en samenstelling van het tarief, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a.
2. De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en onderzoeksplan.
3. Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig.
4. In de administratie wordt een onderscheid gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten die het onderzoeksinstituut uitoefent en de kosten en de financiering hiervan.
5. De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt bewaard:
a. tot tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling;
b. in geval van een gerechtelijke procedure, tot ten minste tien jaar na de datum van de afhandeling van deze gerechtelijke procedure.
6. De subsidieontvanger verleent de auditautoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun taken.