BWBR0047415
Geldig vanaf 2022-11-03
Artikel 2
Subsidieregeling strategisch belangrijke onderzoeksprogramma’s (SBO)
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een in Nederland gevestigd onderzoeksinstituut voor het uitvoeren van een onderzoeksprogramma dat gericht is op:
a. de ontwikkeling en toepassing van kennis ten behoeve van het oplossen van maatschappelijke vraagstukken op één of meer beleidsterreinen genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;
b. het vergroten van de innovatiekracht van Nederland via het, eventueel in overleg of in samenwerking met in Nederland gevestigde ondernemingen, kennisinstellingen, overheden, of maatschappelijke organisaties, ontwikkelen van producten en diensten die vernieuwend zijn ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek; en
c. het breed verspreiden van kennis ten behoeve van de brede implementatie en toepassing van de ontwikkelde producten of diensten, bedoeld in onderdeel b.
2. Een onderzoeksprogramma als bedoeld in het eerste lid omvat een samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, eventueel aangevuld met de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur ten behoeve hiervan, waarbij deze activiteiten kunnen worden onderverdeeld in:
a. niet-economische activiteiten, onafhankelijk uitgevoerd door een onderzoeksinstituut met het oog op meer kennis en een beter inzicht;
b. economische activiteiten, uitgevoerd door een onderzoeksinstituut die voor het uitvoeren van deze activiteiten als onderneming kwalificeert.
3. De subsidieontvanger, bedoeld in het eerste lid, is een onderzoeksinstituut dat kwalificeert als:
a. een regulier onderzoeksinstituut, dat door de minister is aangewezen als reguliere uitvoerder van strategisch belangrijke onderzoeksprogramma’s vanwege de belangrijke, substantiële of langdurige bijdrage die door dit onderzoeksinstituut met de uitvoering van onderzoeksprogramma’s geleverd is of naar verwachting geleverd zou kunnen worden aan de doelstellingen, bedoeld in het eerste lid; of
b. een niet-regulier onderzoeksinstituut, dat na toepassing van de artikelen 4, 8 en 9 door de minister incidenteel geselecteerd is voor het uitvoeren van een bepaald strategisch belangrijk onderzoeksprogramma vanwege de belangrijke en substantiële bijdrage die door dit onderzoeksinstituut met de uitvoering van dit onderzoeksprogramma naar verwachting ten minste eenmalig geleverd zou kunnen worden aan de doelstellingen, bedoeld in het eerste lid.
a. de ontwikkeling en toepassing van kennis ten behoeve van het oplossen van maatschappelijke vraagstukken op één of meer beleidsterreinen genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;
b. het vergroten van de innovatiekracht van Nederland via het, eventueel in overleg of in samenwerking met in Nederland gevestigde ondernemingen, kennisinstellingen, overheden, of maatschappelijke organisaties, ontwikkelen van producten en diensten die vernieuwend zijn ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek; en
c. het breed verspreiden van kennis ten behoeve van de brede implementatie en toepassing van de ontwikkelde producten of diensten, bedoeld in onderdeel b.
2. Een onderzoeksprogramma als bedoeld in het eerste lid omvat een samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, eventueel aangevuld met de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur ten behoeve hiervan, waarbij deze activiteiten kunnen worden onderverdeeld in:
a. niet-economische activiteiten, onafhankelijk uitgevoerd door een onderzoeksinstituut met het oog op meer kennis en een beter inzicht;
b. economische activiteiten, uitgevoerd door een onderzoeksinstituut die voor het uitvoeren van deze activiteiten als onderneming kwalificeert.
3. De subsidieontvanger, bedoeld in het eerste lid, is een onderzoeksinstituut dat kwalificeert als:
a. een regulier onderzoeksinstituut, dat door de minister is aangewezen als reguliere uitvoerder van strategisch belangrijke onderzoeksprogramma’s vanwege de belangrijke, substantiële of langdurige bijdrage die door dit onderzoeksinstituut met de uitvoering van onderzoeksprogramma’s geleverd is of naar verwachting geleverd zou kunnen worden aan de doelstellingen, bedoeld in het eerste lid; of
b. een niet-regulier onderzoeksinstituut, dat na toepassing van de artikelen 4, 8 en 9 door de minister incidenteel geselecteerd is voor het uitvoeren van een bepaald strategisch belangrijk onderzoeksprogramma vanwege de belangrijke en substantiële bijdrage die door dit onderzoeksinstituut met de uitvoering van dit onderzoeksprogramma naar verwachting ten minste eenmalig geleverd zou kunnen worden aan de doelstellingen, bedoeld in het eerste lid.