BWBR0045787
Geldig vanaf 2023-10-06
Artikel 6.12
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
1. Voor de vaststelling van de bekostiging zendt Onze Minister jaarlijks voor 15 januari volgend op de teldatum aan het bevoegd gezag overzichten van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemersover het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging voor het daarop volgende kalenderjaar in aanmerking wordt genomen.
2. Het bevoegd gezag zendt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister voor het daaropvolgende schooljaar:
a. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers van de leerlingen op de teldatum die het aan Onze Minister heeft gemeld; of
b. indien de in onderdeel a bedoelde gegevens naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens; en
c. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
3. Bij ministeriële regeling kan worden vastgesteld:
a. een model voor de verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en c; en
b. een leidraad voor de controle door de accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
4. Indien Onze Minister voor 1 juli in enig jaar aanvullende bekostiging heeft vastgesteld, dient het bevoegd gezag voor die datum bij Onze Minister een verklaring in over de juistheid van de respectievelijk voor de vaststelling van de aanvullende bekostiging aan Onze Minister gemelde gegevens. Het tweede lid, onderdelen b en c, en het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het bevoegd gezag zendt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister voor het daaropvolgende schooljaar:
a. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers van de leerlingen op de teldatum die het aan Onze Minister heeft gemeld; of
b. indien de in onderdeel a bedoelde gegevens naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens; en
c. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
3. Bij ministeriële regeling kan worden vastgesteld:
a. een model voor de verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en c; en
b. een leidraad voor de controle door de accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
4. Indien Onze Minister voor 1 juli in enig jaar aanvullende bekostiging heeft vastgesteld, dient het bevoegd gezag voor die datum bij Onze Minister een verklaring in over de juistheid van de respectievelijk voor de vaststelling van de aanvullende bekostiging aan Onze Minister gemelde gegevens. Het tweede lid, onderdelen b en c, en het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.