BWBR0045787
Geldig vanaf 2023-10-06
Artikel 4.30
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
1. Een examenkandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vwo met toekenning van het judicium cum laude indien de examenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer, bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer, bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
b. ten minste het eindcijfer 7 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 4.20; en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
2. Een examenkandidaat is geslaagd voor het staatsexamen havo met toekenning van het judicium cum laude indien de examenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 4.20; en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer, bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer, bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
b. ten minste het eindcijfer 7 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 4.20; en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
2. Een examenkandidaat is geslaagd voor het staatsexamen havo met toekenning van het judicium cum laude indien de examenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 4.20; en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.