BWBR0045787
Geldig vanaf 2023-10-06
Artikel 3.21
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
1. De rector of directeur doet aan de examinator in een vak toekomen:
a. het gemaakte werk van het centraal examen;
b. een exemplaar van de opgaven;
c. de beoordelingsnormen; en
d. het proces-verbaal van het examen.
2. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examenstoe.
3. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens.
4. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de rector of directeur.
5. Bij digitale examinering met gebruikmaking van de daartoe door het college beschikbaar gestelde programmatuur worden de handelingen, bedoeld in dit artikel, digitaal verricht, uitgezonderd de handelingen die betrekking hebben op het proces-verbaal.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de beoordeling van het centraal examen door de examinator.
a. het gemaakte werk van het centraal examen;
b. een exemplaar van de opgaven;
c. de beoordelingsnormen; en
d. het proces-verbaal van het examen.
2. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examenstoe.
3. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens.
4. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de rector of directeur.
5. Bij digitale examinering met gebruikmaking van de daartoe door het college beschikbaar gestelde programmatuur worden de handelingen, bedoeld in dit artikel, digitaal verricht, uitgezonderd de handelingen die betrekking hebben op het proces-verbaal.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de beoordeling van het centraal examen door de examinator.