BWBR0045787
Geldig vanaf 2023-10-06
Artikel 4.36
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
1. De maatregelen, bedoeld in artikel 2.82, eerste lid, van de wet, die het college jegens een examenkandidaat kan nemen, zijn:
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;
b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van dat vak;
c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het al afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onderdelen a tot en met c.
2. De maatregelen kunnen afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid afzonderlijk of in combinatie met elkaar genomen worden.
3. De ontzegging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van een examenkandidaat die in meer dan een vak eindexamen aflegt, kan betrekking hebben op alle toetsen.
4. Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het college de examenkandidaat het diploma, bedoeld in artikel 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de wet, het certificaat, bedoeld in artikel 2.80, tweede lid, onderdeel b, van de wet, of de cijferlijst onthouden, of kan bepalen dat aan de betrokken examenkandidaat dat diploma of certificaat, of die cijferlijst, alleen kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door het college aan te wijzen onderdelen en op de door deze te bepalen wijze.
5. Het college zendt het besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt genomen aan de examenkandidaat en zijn wettelijke vertegenwoordigers, en in afschrift aan de inspectie.
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;
b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van dat vak;
c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het al afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onderdelen a tot en met c.
2. De maatregelen kunnen afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid afzonderlijk of in combinatie met elkaar genomen worden.
3. De ontzegging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van een examenkandidaat die in meer dan een vak eindexamen aflegt, kan betrekking hebben op alle toetsen.
4. Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het college de examenkandidaat het diploma, bedoeld in artikel 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de wet, het certificaat, bedoeld in artikel 2.80, tweede lid, onderdeel b, van de wet, of de cijferlijst onthouden, of kan bepalen dat aan de betrokken examenkandidaat dat diploma of certificaat, of die cijferlijst, alleen kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door het college aan te wijzen onderdelen en op de door deze te bepalen wijze.
5. Het college zendt het besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt genomen aan de examenkandidaat en zijn wettelijke vertegenwoordigers, en in afschrift aan de inspectie.