BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 3.8
SLIM-regeling
1. Op grond van dit hoofdstuk komen de volgende kosten van werkgevers, geregistreerde gastouderbureaus en collectieven in aanmerking voor subsidie:
a. de in een factuur van de opleider vermelde externe kosten van een scholing als bedoeld in artikel 3.5, voor zover het les-, cursus-, college- of examengeld betreft, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde literatuur, mits deze literatuur direct noodzakelijk is voor het volgen en afronden van de scholing;
b. de in een factuur van de opleider vermelde externe kosten van scholing die is gericht op verbetering van de Nederlandse taalbeheersing, mits deze wordt ingezet in combinatie met een scholing als bedoeld in artikel 3.5 en nodig is voor het uitoefenen van de functie in het ontwikkelpad waar de scholing als bedoeld in artikel 3.5 toe behoort en voor zover deze kosten: 1°. les-, cursus-, college- of examengeld betreffen, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde literatuur, mits deze literatuur direct noodzakelijk is voor het volgen en afronden van de scholing;
2°. niet meer dan 50% van het totaal aan kosten als bedoeld in dit lid bedragen; en
3°. door de opleider in rekening zijn gebracht bij de subsidieaanvrager.
1°. les-, cursus-, college- of examengeld betreffen, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde literatuur, mits deze literatuur direct noodzakelijk is voor het volgen en afronden van de scholing;
2°. niet meer dan 50% van het totaal aan kosten als bedoeld in dit lid bedragen; en
3°. door de opleider in rekening zijn gebracht bij de subsidieaanvrager.
2. Onverminderd het eerste lid, wordt aan een collectief tevens verstrekt:
a. een toeslag van 15% op de kosten, bedoeld in het eerste lid, ter subsidiëring van overige gemaakte kosten;
b. een tegemoetkoming in de kosten van een door een accountant opgesteld product als bedoeld in artikel 3.24, vijfde lid, van € 3.000.
3. De subsidie voor de kosten, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 90% van de kosten indien de scholing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, NLQF-niveau 1, 2 of 3 heeft, en 40% indien de scholing NLQF-niveau 4 of hoger heeft. Indien een scholing een onderdeel is van een beroepsopleiding dan wel een non-formele opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1 respectievelijk 4, wordt het subsidiepercentage bepaald door het NLQF-niveau van de opleiding waar de scholing onderdeel van uitmaakt.
4. In het geval van scholing als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5, wordt voor de toepassing van het derde lid uitgegaan van het NLQF-niveau dat is vermeld in de aanvraag, bedoeld in artikel 3.5, derde lid. Het derde lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
5. Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit kosten van externe opdrachten met een waarde van ten minste € 50.000, zijn deze kosten slechts subsidiabel, indien zij marktconform zijn, wat wordt aangetoond aan de hand van:
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieontvanger; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
a. de in een factuur van de opleider vermelde externe kosten van een scholing als bedoeld in artikel 3.5, voor zover het les-, cursus-, college- of examengeld betreft, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde literatuur, mits deze literatuur direct noodzakelijk is voor het volgen en afronden van de scholing;
b. de in een factuur van de opleider vermelde externe kosten van scholing die is gericht op verbetering van de Nederlandse taalbeheersing, mits deze wordt ingezet in combinatie met een scholing als bedoeld in artikel 3.5 en nodig is voor het uitoefenen van de functie in het ontwikkelpad waar de scholing als bedoeld in artikel 3.5 toe behoort en voor zover deze kosten: 1°. les-, cursus-, college- of examengeld betreffen, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde literatuur, mits deze literatuur direct noodzakelijk is voor het volgen en afronden van de scholing;
2°. niet meer dan 50% van het totaal aan kosten als bedoeld in dit lid bedragen; en
3°. door de opleider in rekening zijn gebracht bij de subsidieaanvrager.
1°. les-, cursus-, college- of examengeld betreffen, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde literatuur, mits deze literatuur direct noodzakelijk is voor het volgen en afronden van de scholing;
2°. niet meer dan 50% van het totaal aan kosten als bedoeld in dit lid bedragen; en
3°. door de opleider in rekening zijn gebracht bij de subsidieaanvrager.
2. Onverminderd het eerste lid, wordt aan een collectief tevens verstrekt:
a. een toeslag van 15% op de kosten, bedoeld in het eerste lid, ter subsidiëring van overige gemaakte kosten;
b. een tegemoetkoming in de kosten van een door een accountant opgesteld product als bedoeld in artikel 3.24, vijfde lid, van € 3.000.
3. De subsidie voor de kosten, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 90% van de kosten indien de scholing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, NLQF-niveau 1, 2 of 3 heeft, en 40% indien de scholing NLQF-niveau 4 of hoger heeft. Indien een scholing een onderdeel is van een beroepsopleiding dan wel een non-formele opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1 respectievelijk 4, wordt het subsidiepercentage bepaald door het NLQF-niveau van de opleiding waar de scholing onderdeel van uitmaakt.
4. In het geval van scholing als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5, wordt voor de toepassing van het derde lid uitgegaan van het NLQF-niveau dat is vermeld in de aanvraag, bedoeld in artikel 3.5, derde lid. Het derde lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
5. Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit kosten van externe opdrachten met een waarde van ten minste € 50.000, zijn deze kosten slechts subsidiabel, indien zij marktconform zijn, wat wordt aangetoond aan de hand van:
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieontvanger; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.