BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 3.15
SLIM-regeling
1. Een collectief dient de subsidieaanvraag in door middel van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld aanvraagformulier dat vergezeld gaat van:
a. een activiteitenplan;
b. een begroting; en
c. een verklaring van alle partijen als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel b, dat de aanvraag wordt ondersteund.
2. Indien het collectief een bij overeenkomst vastgelegd samenwerkingsverband is, wordt de aanvraag ingediend door de hoofdaanvrager van het collectief en gaat de subsidieaanvraag, onverminderd het eerste lid, vergezeld van:
a. een door alle deelnemers aan het collectief getekende samenwerkingsovereenkomst, waaruit in ieder geval blijkt dat de hoofdaanvrager als zodanig is aangewezen en gemachtigd is om het collectief in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en, indien een koepelorganisatie aan het collectief deelneemt, dat deze organisatie is aangewezen door een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren; en
b. een bewijs dat de hoofdaanvrager van het collectief de houder is van het bankrekeningnummer dat in de aanvraag is opgenomen.
3. Alleen een werkgeversvereniging, werknemersvereniging, O&O-fonds of koepelorganisatie kunnen worden aangewezen als hoofdaanvrager van een collectief.
4. Het activiteitenplan, de begroting en de verklaring, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
5. Voor zover het collectief voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
6. Door het indienen van een aanvraag stemt het collectief ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.
a. een activiteitenplan;
b. een begroting; en
c. een verklaring van alle partijen als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel b, dat de aanvraag wordt ondersteund.
2. Indien het collectief een bij overeenkomst vastgelegd samenwerkingsverband is, wordt de aanvraag ingediend door de hoofdaanvrager van het collectief en gaat de subsidieaanvraag, onverminderd het eerste lid, vergezeld van:
a. een door alle deelnemers aan het collectief getekende samenwerkingsovereenkomst, waaruit in ieder geval blijkt dat de hoofdaanvrager als zodanig is aangewezen en gemachtigd is om het collectief in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en, indien een koepelorganisatie aan het collectief deelneemt, dat deze organisatie is aangewezen door een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren; en
b. een bewijs dat de hoofdaanvrager van het collectief de houder is van het bankrekeningnummer dat in de aanvraag is opgenomen.
3. Alleen een werkgeversvereniging, werknemersvereniging, O&O-fonds of koepelorganisatie kunnen worden aangewezen als hoofdaanvrager van een collectief.
4. Het activiteitenplan, de begroting en de verklaring, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
5. Voor zover het collectief voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
6. Door het indienen van een aanvraag stemt het collectief ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.