BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 3.6
SLIM-regeling
1. De minister erkent op aanvraag van een werkgeversvereniging en een werknemersvereniging dan wel een O&O-fonds een ontwikkelpad, indien het ontwikkelpad:
a. tot stand is gekomen met medewerking van de minister;
b. is vastgesteld door werkgevers- en werknemersverenigingen dan wel een of meerdere O&O-fondsen die behoren tot de sector waarop het ontwikkelpad betrekking heeft;
c. scholing bevat die bijdraagt aan de doelen van het ontwikkelpad, qua inhoud en niveau past bij de functies of specialisaties in het ontwikkelpad, praktijkgericht is, te combineren is met werken in een betaalde baan en bestaat uit: 1°. beroepsopleidingen als bedoeld in de artikelen 1.4.1, lid 1a, en 7.2.7, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of onderdelen daarvan, voor zover deze onderdelen kunnen worden afgerond met een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een mbo-verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
2°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel m, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze deeltijds of duaal zijn ingericht als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van die wet;
3°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel dd1, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en scholing die leidt tot het getuigschrift bekwaamheidsonderzoek of het getuigschrift pedagogisch-didactische scholing, genoemd in artikel 7a.3 en 7a.4 van die wet;
4°. non-formele opleidingen met een branchewaardering waarvoor op grond van artikel 3.1 van de Wet NLQF een NLQF-niveau is vastgesteld dat ten minste op het niveau van de bijbehorende functies of specialisaties in het ontwikkelpad ligt of onderdelen van een zodanige opleiding, mits deze onderdelen beschikken over een branchewaardering; of
5°. non-formele opleidingen, anders dan de scholing, bedoeld in subonderdeel 4, of onderdelen hiervan met een branchewaardering;
1°. beroepsopleidingen als bedoeld in de artikelen 1.4.1, lid 1a, en 7.2.7, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of onderdelen daarvan, voor zover deze onderdelen kunnen worden afgerond met een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een mbo-verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
2°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel m, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze deeltijds of duaal zijn ingericht als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van die wet;
3°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel dd1, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en scholing die leidt tot het getuigschrift bekwaamheidsonderzoek of het getuigschrift pedagogisch-didactische scholing, genoemd in artikel 7a.3 en 7a.4 van die wet;
4°. non-formele opleidingen met een branchewaardering waarvoor op grond van artikel 3.1 van de Wet NLQF een NLQF-niveau is vastgesteld dat ten minste op het niveau van de bijbehorende functies of specialisaties in het ontwikkelpad ligt of onderdelen van een zodanige opleiding, mits deze onderdelen beschikken over een branchewaardering; of
5°. non-formele opleidingen, anders dan de scholing, bedoeld in subonderdeel 4, of onderdelen hiervan met een branchewaardering;
d. ten minste de volgende informatie bevat over elke scholing die daarin is opgenomen: 1°. de naam van de scholing;
2°. het type scholing, aangeduid als mbo, hbo, wo of non-formeel met daarnaast, indien een scholing de aanduiding mbo of non-formeel heeft, een vermelding of de scholing een volledige opleiding is of een onderdeel daarvan;
3°. de opleidingscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen, genoemd in de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, indien het een scholing betreft als bedoeld in onderdeel c, subonderdelen 1 en 2, met uitzondering van onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in onderdeel c, subonderdeel 1, die kunnen worden afgerond met een mbo-verklaring; en
4°. de naam en het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, van de opleider die de scholing aanbiedt, de opleidingseenheidscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen;
5°. een specificatie van een branchewaardering, indien het een opleiding betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4 en 5.
1°. de naam van de scholing;
2°. het type scholing, aangeduid als mbo, hbo, wo of non-formeel met daarnaast, indien een scholing de aanduiding mbo of non-formeel heeft, een vermelding of de scholing een volledige opleiding is of een onderdeel daarvan;
3°. de opleidingscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen, genoemd in de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, indien het een scholing betreft als bedoeld in onderdeel c, subonderdelen 1 en 2, met uitzondering van onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in onderdeel c, subonderdeel 1, die kunnen worden afgerond met een mbo-verklaring; en
4°. de naam en het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, van de opleider die de scholing aanbiedt, de opleidingseenheidscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen;
5°. een specificatie van een branchewaardering, indien het een opleiding betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4 en 5.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, mag een ontwikkelpad scholing bevatten die qua inhoud en niveau niet volledig past bij een of meer van de functies of specialisaties in het ontwikkelpad en, indien van toepassing, een NLQF-niveau heeft dat lager ligt dan het niveau van de bijbehorende functie of specialisatie in het ontwikkelpad, mits wordt aangetoond dat de scholing bijdraagt aan de instroom in de functies of specialisaties waartoe de betreffende scholing behoort.
3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld aanvraagformulier dat vergezeld gaat van een specificatie dat de scholing bijdraagt aan de doelen van het ontwikkelpad, qua inhoud en niveau past bij de functies en specialisaties in het ontwikkelpad of voldoet aan het tweede lid, praktijkgericht is en te combineren is met werken in een betaalde baan, overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
4. Indien het ontwikkelpad scholing bevat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4 en 5, gaat de aanvraag daarnaast vergezeld van een specificatie dat de betreffende scholing een branchewaardering heeft, wat blijkt uit:
a. de opname van de scholing in een collectieve arbeidsovereenkomst die binnen de sector valt waarop het ontwikkelpad betrekking heeft;
b. het aanbieden van de scholing door een O&O-fonds of een ander opleidingsfonds dat handelt ten behoeve van werkenden in de sector waarop het ontwikkelpad betrekking heeft;
c. een verklaring of bewijs van accreditatie van een landelijke werkgeversorganisatie dan wel een organisatie die wordt bestuurd door ten minste een landelijke werkgeversorganisatie; of
d. bewijzen van steunbetuiging, opgesteld overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van een representatieve groep van ondernemingen of andere organisaties.
5. Aanvragen tot erkenning van ontwikkelpaden kunnen worden ingediend van 28 februari 2025 tot en met 7 maart 2025 en van 16 juni tot en met 31 juli 2025 en daarna jaarlijks van 17 maart tot en met 31 maart, 16 juni tot en met 30 juni, 16 september tot en met 30 september en van 17 december tot en met 31 december.
6. De minister maakt ontwikkelpaden die hij heeft erkend, bekend op www.rijksoverheid.nlen www.leeroverzicht.nl.
7. De minister trekt de erkenning van een ontwikkelpad in:
a. zodra een ontwikkelpad is erkend dat in de plaats treedt van het betreffende ontwikkelpad;
b. op verzoek van degene die heeft verzocht om erkenning van het betreffende ontwikkelpad;
c. indien de minister verneemt dat een nieuw ontwikkelpad is vastgesteld dat in de plaats treedt van het erkende ontwikkelpad en degene die heeft verzocht om erkenning van het ontwikkelpad niet in de eerstvolgende aanvraagperiode, bedoeld in het vijfde lid, het vervangende ontwikkelpad heeft aangeboden voor erkenning.
a. tot stand is gekomen met medewerking van de minister;
b. is vastgesteld door werkgevers- en werknemersverenigingen dan wel een of meerdere O&O-fondsen die behoren tot de sector waarop het ontwikkelpad betrekking heeft;
c. scholing bevat die bijdraagt aan de doelen van het ontwikkelpad, qua inhoud en niveau past bij de functies of specialisaties in het ontwikkelpad, praktijkgericht is, te combineren is met werken in een betaalde baan en bestaat uit: 1°. beroepsopleidingen als bedoeld in de artikelen 1.4.1, lid 1a, en 7.2.7, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of onderdelen daarvan, voor zover deze onderdelen kunnen worden afgerond met een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een mbo-verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
2°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel m, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze deeltijds of duaal zijn ingericht als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van die wet;
3°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel dd1, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en scholing die leidt tot het getuigschrift bekwaamheidsonderzoek of het getuigschrift pedagogisch-didactische scholing, genoemd in artikel 7a.3 en 7a.4 van die wet;
4°. non-formele opleidingen met een branchewaardering waarvoor op grond van artikel 3.1 van de Wet NLQF een NLQF-niveau is vastgesteld dat ten minste op het niveau van de bijbehorende functies of specialisaties in het ontwikkelpad ligt of onderdelen van een zodanige opleiding, mits deze onderdelen beschikken over een branchewaardering; of
5°. non-formele opleidingen, anders dan de scholing, bedoeld in subonderdeel 4, of onderdelen hiervan met een branchewaardering;
1°. beroepsopleidingen als bedoeld in de artikelen 1.4.1, lid 1a, en 7.2.7, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of onderdelen daarvan, voor zover deze onderdelen kunnen worden afgerond met een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een mbo-verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
2°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel m, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze deeltijds of duaal zijn ingericht als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van die wet;
3°. opleidingen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel dd1, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en scholing die leidt tot het getuigschrift bekwaamheidsonderzoek of het getuigschrift pedagogisch-didactische scholing, genoemd in artikel 7a.3 en 7a.4 van die wet;
4°. non-formele opleidingen met een branchewaardering waarvoor op grond van artikel 3.1 van de Wet NLQF een NLQF-niveau is vastgesteld dat ten minste op het niveau van de bijbehorende functies of specialisaties in het ontwikkelpad ligt of onderdelen van een zodanige opleiding, mits deze onderdelen beschikken over een branchewaardering; of
5°. non-formele opleidingen, anders dan de scholing, bedoeld in subonderdeel 4, of onderdelen hiervan met een branchewaardering;
d. ten minste de volgende informatie bevat over elke scholing die daarin is opgenomen: 1°. de naam van de scholing;
2°. het type scholing, aangeduid als mbo, hbo, wo of non-formeel met daarnaast, indien een scholing de aanduiding mbo of non-formeel heeft, een vermelding of de scholing een volledige opleiding is of een onderdeel daarvan;
3°. de opleidingscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen, genoemd in de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, indien het een scholing betreft als bedoeld in onderdeel c, subonderdelen 1 en 2, met uitzondering van onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in onderdeel c, subonderdeel 1, die kunnen worden afgerond met een mbo-verklaring; en
4°. de naam en het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, van de opleider die de scholing aanbiedt, de opleidingseenheidscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen;
5°. een specificatie van een branchewaardering, indien het een opleiding betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4 en 5.
1°. de naam van de scholing;
2°. het type scholing, aangeduid als mbo, hbo, wo of non-formeel met daarnaast, indien een scholing de aanduiding mbo of non-formeel heeft, een vermelding of de scholing een volledige opleiding is of een onderdeel daarvan;
3°. de opleidingscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen, genoemd in de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, indien het een scholing betreft als bedoeld in onderdeel c, subonderdelen 1 en 2, met uitzondering van onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in onderdeel c, subonderdeel 1, die kunnen worden afgerond met een mbo-verklaring; en
4°. de naam en het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, van de opleider die de scholing aanbiedt, de opleidingseenheidscode van de scholing in de Registratie instellingen en opleidingen;
5°. een specificatie van een branchewaardering, indien het een opleiding betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4 en 5.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, mag een ontwikkelpad scholing bevatten die qua inhoud en niveau niet volledig past bij een of meer van de functies of specialisaties in het ontwikkelpad en, indien van toepassing, een NLQF-niveau heeft dat lager ligt dan het niveau van de bijbehorende functie of specialisatie in het ontwikkelpad, mits wordt aangetoond dat de scholing bijdraagt aan de instroom in de functies of specialisaties waartoe de betreffende scholing behoort.
3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld aanvraagformulier dat vergezeld gaat van een specificatie dat de scholing bijdraagt aan de doelen van het ontwikkelpad, qua inhoud en niveau past bij de functies en specialisaties in het ontwikkelpad of voldoet aan het tweede lid, praktijkgericht is en te combineren is met werken in een betaalde baan, overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
4. Indien het ontwikkelpad scholing bevat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4 en 5, gaat de aanvraag daarnaast vergezeld van een specificatie dat de betreffende scholing een branchewaardering heeft, wat blijkt uit:
a. de opname van de scholing in een collectieve arbeidsovereenkomst die binnen de sector valt waarop het ontwikkelpad betrekking heeft;
b. het aanbieden van de scholing door een O&O-fonds of een ander opleidingsfonds dat handelt ten behoeve van werkenden in de sector waarop het ontwikkelpad betrekking heeft;
c. een verklaring of bewijs van accreditatie van een landelijke werkgeversorganisatie dan wel een organisatie die wordt bestuurd door ten minste een landelijke werkgeversorganisatie; of
d. bewijzen van steunbetuiging, opgesteld overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van een representatieve groep van ondernemingen of andere organisaties.
5. Aanvragen tot erkenning van ontwikkelpaden kunnen worden ingediend van 28 februari 2025 tot en met 7 maart 2025 en van 16 juni tot en met 31 juli 2025 en daarna jaarlijks van 17 maart tot en met 31 maart, 16 juni tot en met 30 juni, 16 september tot en met 30 september en van 17 december tot en met 31 december.
6. De minister maakt ontwikkelpaden die hij heeft erkend, bekend op www.rijksoverheid.nlen www.leeroverzicht.nl.
7. De minister trekt de erkenning van een ontwikkelpad in:
a. zodra een ontwikkelpad is erkend dat in de plaats treedt van het betreffende ontwikkelpad;
b. op verzoek van degene die heeft verzocht om erkenning van het betreffende ontwikkelpad;
c. indien de minister verneemt dat een nieuw ontwikkelpad is vastgesteld dat in de plaats treedt van het erkende ontwikkelpad en degene die heeft verzocht om erkenning van het ontwikkelpad niet in de eerstvolgende aanvraagperiode, bedoeld in het vijfde lid, het vervangende ontwikkelpad heeft aangeboden voor erkenning.