BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 3.1
SLIM-regeling
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
– aanbieder: aanbieder in de zin van artikel 1 van het Besluit NLQF;
– begunstigden: personen waarop de leerplicht, bedoeld in artikel 3 van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is, die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene ouderdomswet, nog niet hebben bereikt en die: a. betaalde arbeid verrichten;
b. in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van de artikelen 30a van de Wet SUWI, 73 van de Werkloosheidswet of 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet; of
c. een persoon zijn als bedoeld in de artikelen 38b, eerste en tweede lid, of 38f, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
a. betaalde arbeid verrichten;
b. in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van de artikelen 30a van de Wet SUWI, 73 van de Werkloosheidswet of 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet; of
c. een persoon zijn als bedoeld in de artikelen 38b, eerste en tweede lid, of 38f, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
– beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren: de beroepsgroepen en beroepen die zijn opgenomen in bijlage II bij deze regeling en behoren tot de beroepsklassen pedagogische beroepen, technische beroepen, ICT-beroepen, transport en logistiekberoepen, beroepen in de agrifood en natuur & leefomgeving en zorg- en welzijnsberoepen;
– collectief: een O&O-fonds of een bij overeenkomst vastgelegde samenwerking waaraan de volgende partijen deelnemen: a. een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren, eventueel aangevuld met een O&O-fonds, een koepelorganisatie of het college van burgemeester en wethouders van een of meer centrumgemeenten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI, en, indien een college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente deelneemt, de gedeputeerde staten van een of meer provincies; dan wel
b. een O&O-fonds dan wel koepelorganisatie en ten minste een van de partijen, genoemd in onderdeel a, met inachtneming van het daarin bepaalde over de deelname van de gedeputeerde staten van een of meer provincies;
a. een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren, eventueel aangevuld met een O&O-fonds, een koepelorganisatie of het college van burgemeester en wethouders van een of meer centrumgemeenten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI, en, indien een college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente deelneemt, de gedeputeerde staten van een of meer provincies; dan wel
b. een O&O-fonds dan wel koepelorganisatie en ten minste een van de partijen, genoemd in onderdeel a, met inachtneming van het daarin bepaalde over de deelname van de gedeputeerde staten van een of meer provincies;
– geregistreerd gastouderbureau: een geregistreerd gastouderbureau als bedoeld in de Wet kinderopvang;
– koepelorganisatie: een landelijk opererende organisatie die door een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren is aangewezen om een of meerdere sectoren te vertegenwoordigen;
– non-formele opleiding: een non-formele opleiding als bedoeld in de Wet NLQF, met uitzondering van non-formele opleidingen die alleen zijn bestemd voor werkenden in de eigen onderneming;
– O&O-fonds: een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt en die: a. is opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen; of
c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversverenigingen alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen;
a. is opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen; of
c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversverenigingen alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen;
– ontwikkelpad: een overzicht van opeenvolgende functies en eventuele daarbij behorende specialisaties met de opleidingen of onderdelen daarvan die voor deze functies en specialisaties benodigd zijn, dat is bedoeld ter stimulering van: a. de instroom van werkzoekenden in een sector;
b. de doorstroom of specialisatie van werkenden binnen een sector, gericht op de uitvoering van nieuwe functies of specialisaties; en
c. het overstappen van werkenden naar een sector;
a. de instroom van werkzoekenden in een sector;
b. de doorstroom of specialisatie van werkenden binnen een sector, gericht op de uitvoering van nieuwe functies of specialisaties; en
c. het overstappen van werkenden naar een sector;
– opleider: degene die: a. volgens de Registratie instellingen en opleidingen gerechtigd is een opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1 tot en met 3, aan te bieden; of
b. in een scholingspakket als opleider bij de opleiding, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4, is opgenomen;
a. volgens de Registratie instellingen en opleidingen gerechtigd is een opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1 tot en met 3, aan te bieden; of
b. in een scholingspakket als opleider bij de opleiding, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4, is opgenomen;
– werkgever: de subsidieaanvrager bij wie de werkzaamheden waarvoor wordt opgeleid worden uitgevoerd of die daartoe arbeidskrachten ter beschikking stelt aan een derde, en die: a. een arbeidsovereenkomst met de begunstigde van de scholing heeft; of
b. afspraken heeft met de gemeente of het UWV over de scholing van de begunstigde, genoemd in artikel 3.1, onderdeel b, van de begripsbepaling begunstigden.
a. een arbeidsovereenkomst met de begunstigde van de scholing heeft; of
b. afspraken heeft met de gemeente of het UWV over de scholing van de begunstigde, genoemd in artikel 3.1, onderdeel b, van de begripsbepaling begunstigden.
– aanbieder: aanbieder in de zin van artikel 1 van het Besluit NLQF;
– begunstigden: personen waarop de leerplicht, bedoeld in artikel 3 van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is, die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene ouderdomswet, nog niet hebben bereikt en die: a. betaalde arbeid verrichten;
b. in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van de artikelen 30a van de Wet SUWI, 73 van de Werkloosheidswet of 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet; of
c. een persoon zijn als bedoeld in de artikelen 38b, eerste en tweede lid, of 38f, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
a. betaalde arbeid verrichten;
b. in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van de artikelen 30a van de Wet SUWI, 73 van de Werkloosheidswet of 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet; of
c. een persoon zijn als bedoeld in de artikelen 38b, eerste en tweede lid, of 38f, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
– beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren: de beroepsgroepen en beroepen die zijn opgenomen in bijlage II bij deze regeling en behoren tot de beroepsklassen pedagogische beroepen, technische beroepen, ICT-beroepen, transport en logistiekberoepen, beroepen in de agrifood en natuur & leefomgeving en zorg- en welzijnsberoepen;
– collectief: een O&O-fonds of een bij overeenkomst vastgelegde samenwerking waaraan de volgende partijen deelnemen: a. een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren, eventueel aangevuld met een O&O-fonds, een koepelorganisatie of het college van burgemeester en wethouders van een of meer centrumgemeenten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI, en, indien een college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente deelneemt, de gedeputeerde staten van een of meer provincies; dan wel
b. een O&O-fonds dan wel koepelorganisatie en ten minste een van de partijen, genoemd in onderdeel a, met inachtneming van het daarin bepaalde over de deelname van de gedeputeerde staten van een of meer provincies;
a. een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren, eventueel aangevuld met een O&O-fonds, een koepelorganisatie of het college van burgemeester en wethouders van een of meer centrumgemeenten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI, en, indien een college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente deelneemt, de gedeputeerde staten van een of meer provincies; dan wel
b. een O&O-fonds dan wel koepelorganisatie en ten minste een van de partijen, genoemd in onderdeel a, met inachtneming van het daarin bepaalde over de deelname van de gedeputeerde staten van een of meer provincies;
– geregistreerd gastouderbureau: een geregistreerd gastouderbureau als bedoeld in de Wet kinderopvang;
– koepelorganisatie: een landelijk opererende organisatie die door een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren is aangewezen om een of meerdere sectoren te vertegenwoordigen;
– non-formele opleiding: een non-formele opleiding als bedoeld in de Wet NLQF, met uitzondering van non-formele opleidingen die alleen zijn bestemd voor werkenden in de eigen onderneming;
– O&O-fonds: een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt en die: a. is opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen; of
c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversverenigingen alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen;
a. is opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen; of
c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversverenigingen alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen;
– ontwikkelpad: een overzicht van opeenvolgende functies en eventuele daarbij behorende specialisaties met de opleidingen of onderdelen daarvan die voor deze functies en specialisaties benodigd zijn, dat is bedoeld ter stimulering van: a. de instroom van werkzoekenden in een sector;
b. de doorstroom of specialisatie van werkenden binnen een sector, gericht op de uitvoering van nieuwe functies of specialisaties; en
c. het overstappen van werkenden naar een sector;
a. de instroom van werkzoekenden in een sector;
b. de doorstroom of specialisatie van werkenden binnen een sector, gericht op de uitvoering van nieuwe functies of specialisaties; en
c. het overstappen van werkenden naar een sector;
– opleider: degene die: a. volgens de Registratie instellingen en opleidingen gerechtigd is een opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1 tot en met 3, aan te bieden; of
b. in een scholingspakket als opleider bij de opleiding, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4, is opgenomen;
a. volgens de Registratie instellingen en opleidingen gerechtigd is een opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1 tot en met 3, aan te bieden; of
b. in een scholingspakket als opleider bij de opleiding, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4, is opgenomen;
– werkgever: de subsidieaanvrager bij wie de werkzaamheden waarvoor wordt opgeleid worden uitgevoerd of die daartoe arbeidskrachten ter beschikking stelt aan een derde, en die: a. een arbeidsovereenkomst met de begunstigde van de scholing heeft; of
b. afspraken heeft met de gemeente of het UWV over de scholing van de begunstigde, genoemd in artikel 3.1, onderdeel b, van de begripsbepaling begunstigden.
a. een arbeidsovereenkomst met de begunstigde van de scholing heeft; of
b. afspraken heeft met de gemeente of het UWV over de scholing van de begunstigde, genoemd in artikel 3.1, onderdeel b, van de begripsbepaling begunstigden.