BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 3.16
SLIM-regeling
1. Een centrumgemeente als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWIkan voor 30 juni van het lopende kalenderjaar aan de minister melden dat zij onderdeel uit wil maken van een collectief dat op grond van deze regeling subsidie aan zal vragen.
2. De centrumgemeente doet de melding met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier en geeft daarbij aan ten aanzien van welke van de volgende ontwikkelpaden zij onderdeel wil uitmaken van een collectief:
a. erkende ontwikkelpaden;
b. ontwikkelpaden waarvoor op dat moment een aanvraag om erkenning is ingediend; of
c. ontwikkelpaden waarvan reeds bekend is dat die voor het volgende erkenningsmoment aan de minister worden aangeboden.
3. De minister maakt de centrumgemeenten die een melding hebben gedaan en de erkende ontwikkelpaden waar de melding betrekking op heeft bekend op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
4. Indien een collectief subsidie aanvraagt voor scholing uit een of meer erkende ontwikkelpaden ten aanzien waarvan een of meer centrumgemeenten een melding hebben gedaan, maken deze centrumgemeenten tevens onderdeel uit van het collectief.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op de centrumgemeente die:
a. na het doen van de melding heeft verklaard geen onderdeel uit te willen maken van het collectief;
b. geen overeenstemming heeft bereikt met de partijen in het collectief over deelname aan het collectief, mits door het collectief is onderbouwd dat met de betreffende centrumgemeente redelijkerwijs geen overeenstemming kon worden bereikt.
6. Indien er sprake is van de situatie, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, voegt het collectief, onverminderd artikel 3.15, eerste en tweede lid, bij de aanvraag een onderbouwing waaruit blijkt dat met de betreffende centrumgemeente redelijkerwijs geen overeenstemming over de deelname aan het collectief kon worden bereikt.
2. De centrumgemeente doet de melding met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier en geeft daarbij aan ten aanzien van welke van de volgende ontwikkelpaden zij onderdeel wil uitmaken van een collectief:
a. erkende ontwikkelpaden;
b. ontwikkelpaden waarvoor op dat moment een aanvraag om erkenning is ingediend; of
c. ontwikkelpaden waarvan reeds bekend is dat die voor het volgende erkenningsmoment aan de minister worden aangeboden.
3. De minister maakt de centrumgemeenten die een melding hebben gedaan en de erkende ontwikkelpaden waar de melding betrekking op heeft bekend op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
4. Indien een collectief subsidie aanvraagt voor scholing uit een of meer erkende ontwikkelpaden ten aanzien waarvan een of meer centrumgemeenten een melding hebben gedaan, maken deze centrumgemeenten tevens onderdeel uit van het collectief.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op de centrumgemeente die:
a. na het doen van de melding heeft verklaard geen onderdeel uit te willen maken van het collectief;
b. geen overeenstemming heeft bereikt met de partijen in het collectief over deelname aan het collectief, mits door het collectief is onderbouwd dat met de betreffende centrumgemeente redelijkerwijs geen overeenstemming kon worden bereikt.
6. Indien er sprake is van de situatie, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, voegt het collectief, onverminderd artikel 3.15, eerste en tweede lid, bij de aanvraag een onderbouwing waaruit blijkt dat met de betreffende centrumgemeente redelijkerwijs geen overeenstemming over de deelname aan het collectief kon worden bereikt.