BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 2.8
SLIM-regeling
1. De subsidieaanvrager dient de subsidieaanvraag in door middel van het daartoe bestemde elektronisch aanvraagformulier dat is getekend door een functionaris, bevoegd om namens de subsidieaanvrager te handelen, en voegt hierbij:
a. een activiteitenplan;
b. een begroting; en
c. een bewijs dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer dat in de aanvraag is opgenomen.
2. De subsidieaanvrager dient een de-minimisverklaring in en, indien de subsidieaanvrager een mkb-onderneming is, een mkb-verklaring. Indien sprake is van een samenwerkingsverband, is een de-minimisverklaring vereist van alle partijen van het samenwerkingsverband en een mkb-verklaring van alle partijen van het samenwerkingsverband die een mkb-onderneming zijn.
3. Het activiteitenplan, de begroting, de de-minimisverklaring en de mkb-verklaring worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
4. Per aanvraagtijdvak wordt per subsidieaanvrager, of partij in een samenwerkingsverband, maximaal één subsidieaanvraag in behandeling genomen. Brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, O&O-fondsen en werknemers- of werkgeversverenigingen kunnen binnen een aanvraagtijdvak deelnemen in meerdere samenwerkingsverbanden en daardoor partij zijn bij meerdere subsidieaanvragen binnen hetzelfde aanvraagtijdvak.
5. Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere activiteiten.
6. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
7. Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.
a. een activiteitenplan;
b. een begroting; en
c. een bewijs dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer dat in de aanvraag is opgenomen.
2. De subsidieaanvrager dient een de-minimisverklaring in en, indien de subsidieaanvrager een mkb-onderneming is, een mkb-verklaring. Indien sprake is van een samenwerkingsverband, is een de-minimisverklaring vereist van alle partijen van het samenwerkingsverband en een mkb-verklaring van alle partijen van het samenwerkingsverband die een mkb-onderneming zijn.
3. Het activiteitenplan, de begroting, de de-minimisverklaring en de mkb-verklaring worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
4. Per aanvraagtijdvak wordt per subsidieaanvrager, of partij in een samenwerkingsverband, maximaal één subsidieaanvraag in behandeling genomen. Brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, O&O-fondsen en werknemers- of werkgeversverenigingen kunnen binnen een aanvraagtijdvak deelnemen in meerdere samenwerkingsverbanden en daardoor partij zijn bij meerdere subsidieaanvragen binnen hetzelfde aanvraagtijdvak.
5. Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere activiteiten.
6. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
7. Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.