BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 3.5
SLIM-regeling
1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een werkgever of geregistreerd gastouderbureau voor scholing die door hem is ingekocht en aan een collectief voor het inkopen van scholing of het vergoeden van scholingskosten.
2. Een scholing is subsidiabel op grond van dit hoofdstuk, indien:
a. de scholing op het moment van inkoop is opgenomen in een ontwikkelpad dat de minister op grond van artikel 3.6 heeft erkend;
b. het ontwikkelpad waarin de scholing is opgenomen voor het merendeel betrekking heeft op beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren;
c. het een scholing betreft als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1 tot en met 4;
d. de scholing wordt verzorgd door een opleider die gerechtigd is om de gehele non-formele opleiding te verzorgen, indien het scholing betreft die een onderdeel uitmaakt van een non-formele opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4;
e. de scholing niet op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationaal recht, een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is om arbeid te kunnen blijven verrichten;
f. de scholing niet op grond van wet- en regelgeving volledig wordt bekostigd;
g. de scholing is bedoeld voor een begunstigde en kosteloos aan hem wordt aangeboden; en
h. de scholing op zijn vroegst is gestart op 28 februari 2025 en niet later dan 13 weken na indiening van de subsidieaanvraag, voor zover het scholing betreft waarvoor subsidie is aangevraagd door een werkgever of geregistreerd gastouderbureau.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, is tot 1 mei 2026 scholing als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5, tevens subsidiabel, indien de aanbieder van de scholing een aanvraag als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet NLQFheeft ingediend voor de non-formele opleiding en het Nationaal coördinatiepunt NLQF, genoemd in de Wet NLQF, heeft geoordeeld dat de aanvraag volledig is. Het tweede lid, onderdeel d, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het derde lid is voor een aanbieder niet langer van toepassing als het Nationaal coördinatiepunt NLQF een negatief besluit heeft genomen over de validiteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Besluit NLQFen dit is verwerkt in een scholingspakket. De scholing en volgende aanvragen van scholing van deze aanbieder zijn weer subsidiabel nadat het Nationaal coördinatiepunt NLQF alsnog een positief besluit heeft genomen en dit is verwerkt in een scholingspakket.
5. De minister neemt scholing die voldoet aan de criteria in het tweede lid, onderdelen a tot en met f, op in een scholingspakket en maakt dit bekend op www.rijksoverheid.nlen www.leeroverzicht.nl.
6. De minister neemt scholing die voldoet aan de in het derde lid gestelde voorwaarden op in een scholingspakket indien de aanbieder de minister hierover gegevens heeft verstrekt en verwerkt de in het vierde lid bedoelde mutaties in een daaropvolgend vaststellingsmoment van een scholingspakket. De uiterste termijnen voor de ontvangst van deze gegevens, worden bekendgemaakt op www.uitvoeringvanbeleid.nl.
2. Een scholing is subsidiabel op grond van dit hoofdstuk, indien:
a. de scholing op het moment van inkoop is opgenomen in een ontwikkelpad dat de minister op grond van artikel 3.6 heeft erkend;
b. het ontwikkelpad waarin de scholing is opgenomen voor het merendeel betrekking heeft op beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren;
c. het een scholing betreft als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1 tot en met 4;
d. de scholing wordt verzorgd door een opleider die gerechtigd is om de gehele non-formele opleiding te verzorgen, indien het scholing betreft die een onderdeel uitmaakt van een non-formele opleiding als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4;
e. de scholing niet op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationaal recht, een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is om arbeid te kunnen blijven verrichten;
f. de scholing niet op grond van wet- en regelgeving volledig wordt bekostigd;
g. de scholing is bedoeld voor een begunstigde en kosteloos aan hem wordt aangeboden; en
h. de scholing op zijn vroegst is gestart op 28 februari 2025 en niet later dan 13 weken na indiening van de subsidieaanvraag, voor zover het scholing betreft waarvoor subsidie is aangevraagd door een werkgever of geregistreerd gastouderbureau.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, is tot 1 mei 2026 scholing als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5, tevens subsidiabel, indien de aanbieder van de scholing een aanvraag als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet NLQFheeft ingediend voor de non-formele opleiding en het Nationaal coördinatiepunt NLQF, genoemd in de Wet NLQF, heeft geoordeeld dat de aanvraag volledig is. Het tweede lid, onderdeel d, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het derde lid is voor een aanbieder niet langer van toepassing als het Nationaal coördinatiepunt NLQF een negatief besluit heeft genomen over de validiteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Besluit NLQFen dit is verwerkt in een scholingspakket. De scholing en volgende aanvragen van scholing van deze aanbieder zijn weer subsidiabel nadat het Nationaal coördinatiepunt NLQF alsnog een positief besluit heeft genomen en dit is verwerkt in een scholingspakket.
5. De minister neemt scholing die voldoet aan de criteria in het tweede lid, onderdelen a tot en met f, op in een scholingspakket en maakt dit bekend op www.rijksoverheid.nlen www.leeroverzicht.nl.
6. De minister neemt scholing die voldoet aan de in het derde lid gestelde voorwaarden op in een scholingspakket indien de aanbieder de minister hierover gegevens heeft verstrekt en verwerkt de in het vierde lid bedoelde mutaties in een daaropvolgend vaststellingsmoment van een scholingspakket. De uiterste termijnen voor de ontvangst van deze gegevens, worden bekendgemaakt op www.uitvoeringvanbeleid.nl.