BWBR0043015
Geldig vanaf 2025-02-28
Artikel 3.22
SLIM-regeling
1. Onverminderd artikel 5.2 van de Kaderregeling, bevat de administratie van een collectief ten minste:
a. de naam, geboortedatum en het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, van alle personen die de scholing die met de verleende subsidie is ingekocht volgen of hebben gevolgd;
b. een verklaring dat de scholing wordt ingezet in combinatie met een scholing als bedoeld in artikel 3.5 en nodig is voor het uitoefenen van de functie in het ontwikkelpad waar de scholing, bedoeld in artikel 3.5, toe behoort, voor zover het scholing betreft, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b;
c. schriftelijke verklaringen van de personen, bedoeld in onderdeel a, waaruit blijkt dat zij met de scholing zijn gestart en deze kosteloos volgen; en
d. facturen en betaalbewijzen van de ingekochte scholing.
2. Indien het collectief een bij overeenkomst vastgelegd samenwerkingsverband is, ziet de hoofdaanvrager van het collectief erop toe dat wordt voldaan aan het eerste lid en artikel 5.2 van de Kaderregelingen verstrekt hij op verzoek aan de minister alle informatie uit de administratie die de minister in het kader van de subsidieverstrekking nodig acht.
3. De facturen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bevatten ten minste de door de minister te bepalen informatie. Artikel 3.14, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. de naam, geboortedatum en het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, van alle personen die de scholing die met de verleende subsidie is ingekocht volgen of hebben gevolgd;
b. een verklaring dat de scholing wordt ingezet in combinatie met een scholing als bedoeld in artikel 3.5 en nodig is voor het uitoefenen van de functie in het ontwikkelpad waar de scholing, bedoeld in artikel 3.5, toe behoort, voor zover het scholing betreft, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b;
c. schriftelijke verklaringen van de personen, bedoeld in onderdeel a, waaruit blijkt dat zij met de scholing zijn gestart en deze kosteloos volgen; en
d. facturen en betaalbewijzen van de ingekochte scholing.
2. Indien het collectief een bij overeenkomst vastgelegd samenwerkingsverband is, ziet de hoofdaanvrager van het collectief erop toe dat wordt voldaan aan het eerste lid en artikel 5.2 van de Kaderregelingen verstrekt hij op verzoek aan de minister alle informatie uit de administratie die de minister in het kader van de subsidieverstrekking nodig acht.
3. De facturen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bevatten ten minste de door de minister te bepalen informatie. Artikel 3.14, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.