BWBR0041553
Geldig vanaf 2018-11-17
Artikel 15
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
1. In het regionaal visiedocument wordt opgenomen de visie van de partijen in het samenwerkingsverband op de arbeidsmarkt en de aansluiting van het aanbod van beroepsopleidingen daarop in de desbetreffende regio.
2. Het regionaal visiedocument vloeit voort uit de kwaliteitsagenda van de onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022.
3. Indien het regionaal visiedocument afwijkt van de kwaliteitsagenda, bedoeld in het tweede lid, of indien de kwaliteitsagenda niet wordt goedgekeurd, motiveert de instelling waarom voor dit onderwerp een publiek-private samenwerking noodzakelijk is.
4. Het regionaal visiedocument bevat de volgende onderwerpen:
a. een beschrijving van de regio waarvoor de publiek-private samenwerking actief is;
b. een analyse van de kwalitatieve en kwantitatieve vraag van de arbeidsmarkt naar gediplomeerden waar de activiteiten van de publiek-private samenwerking zich op richten;
c. een overzicht van de relevante partijen in de regio en in de betreffende sector;
d. een overzicht van de partijen, bedoeld in onderdeel c, met wie wordt samengewerkt binnen de publiek-private samenwerking en een beschrijving van de rol van deze partijen;
e. een beschrijving van de wijze waarop wordt voortgebouwd op de bestaande regionale en sectorale agenda’s ten aanzien van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt die relevant zijn voor de publiek-private samenwerking;
f. een beschrijving van de uitkomst van de afstemming met andere relevante partijen in de regio en in de betreffende sector, bedoeld in onderdeel c.
5. Het regionaal visiedocument onderbouwt dat de aanvraag aansluit bij het uitgangspunt van een doelmatig aanbod van beroepsopleidingen tussen onderwijsinstellingen.
2. Het regionaal visiedocument vloeit voort uit de kwaliteitsagenda van de onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022.
3. Indien het regionaal visiedocument afwijkt van de kwaliteitsagenda, bedoeld in het tweede lid, of indien de kwaliteitsagenda niet wordt goedgekeurd, motiveert de instelling waarom voor dit onderwerp een publiek-private samenwerking noodzakelijk is.
4. Het regionaal visiedocument bevat de volgende onderwerpen:
a. een beschrijving van de regio waarvoor de publiek-private samenwerking actief is;
b. een analyse van de kwalitatieve en kwantitatieve vraag van de arbeidsmarkt naar gediplomeerden waar de activiteiten van de publiek-private samenwerking zich op richten;
c. een overzicht van de relevante partijen in de regio en in de betreffende sector;
d. een overzicht van de partijen, bedoeld in onderdeel c, met wie wordt samengewerkt binnen de publiek-private samenwerking en een beschrijving van de rol van deze partijen;
e. een beschrijving van de wijze waarop wordt voortgebouwd op de bestaande regionale en sectorale agenda’s ten aanzien van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt die relevant zijn voor de publiek-private samenwerking;
f. een beschrijving van de uitkomst van de afstemming met andere relevante partijen in de regio en in de betreffende sector, bedoeld in onderdeel c.
5. Het regionaal visiedocument onderbouwt dat de aanvraag aansluit bij het uitgangspunt van een doelmatig aanbod van beroepsopleidingen tussen onderwijsinstellingen.