BWBR0041553
Geldig vanaf 2018-11-17
Artikel 13
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband.
2. De subsidie bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting.
3. De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, gezamenlijk, bedraagt ten minste één derde en ten hoogste twee derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar.
4. De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen a en e tot en met i, bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld waardeerbaar. De cofinanciering door de aanvragende onderwijsinstelling is uitsluitend in geld en bedraagt ten hoogste 10% van de meerjarenbegroting.
5. Onder cofinanciering wordt niet begrepen:
a. de reguliere kosten van de arbeidsorganisatie voor de begeleiding van de student gedurende de beroepspraktijkvorming; en
b. de vergoeding voor de student in de beroepspraktijkvorming in de beroepsopleidende leerweg dan wel de beroepsbegeleidende leerweg.
2. De subsidie bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting.
3. De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, gezamenlijk, bedraagt ten minste één derde en ten hoogste twee derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar.
4. De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen a en e tot en met i, bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld waardeerbaar. De cofinanciering door de aanvragende onderwijsinstelling is uitsluitend in geld en bedraagt ten hoogste 10% van de meerjarenbegroting.
5. Onder cofinanciering wordt niet begrepen:
a. de reguliere kosten van de arbeidsorganisatie voor de begeleiding van de student gedurende de beroepspraktijkvorming; en
b. de vergoeding voor de student in de beroepspraktijkvorming in de beroepsopleidende leerweg dan wel de beroepsbegeleidende leerweg.