BWBR0041553
Geldig vanaf 2018-11-17
Artikel 16
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
1. In het plan van aanpak wordt beschreven op welke wijze de publiek-private samenwerking wordt vormgegeven op basis van de analyses neergelegd in het regionaal visiedocument, bedoeld in artikel 15.
2. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
a. een activiteitenplan;
b. de doelstellingen van de publiek-private samenwerking;
c. een beschrijving van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt vormgegeven;
d. een overzicht van de kwalificatie of de kwalificaties en de beroepsopleiding of beroepsopleidingen waarop de publiek-private samenwerking betrekking heeft;
e. een omschrijving waaruit de verdeling van de taken tussen partijen van het samenwerkingsverband blijkt en waaruit blijkt dat partijen in staat zijn om het voorstel binnen de gestelde tijd uit te voeren;
f. een beschrijving van de opbrengst voor de individuele partijen van deelname aan het samenwerkingsverband;
g. een analyse van de risico’s van de publiek-private samenwerking en een beschrijving van de wijze waarop deze potentiële risico’s worden aangepakt;
h. een beschrijving van de wijze waarop de voortgang van de publiek-private samenwerking door het samenwerkingsverband wordt geëvalueerd en indien nodig bijgesteld;
i. afspraken over de wijze waarop scholen voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en instellingen voor hoger onderwijs in de regio gebruik kunnen maken van de faciliteiten van de publiek-private samenwerking en de eventuele tegenprestatie die hiervoor wordt verricht,
j. een beschrijving van het draagvlak voor het project onder docenten en studenten en de wijze waarop deze worden betrokken bij de vormgeving van het project, en
k. een uitwerking van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt voortgezet na afloop van de subsidieperiode.
3. Het activiteitenplan bevat:
a. een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten voor het eerste jaar van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde tussentijdse resultaten en een globaal overzicht van realiseerbare activiteiten voor de overige jaren van de projectperiode bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten; en
b. ten minste een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, voor de periode na de tussentijdse beoordeling.
4. In geval van een project als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, bevat:
a. het plan van aanpak tevens een beschrijving van de wijze waarop wordt voortgebouwd op het project waarvan de subsidieperiode is afgerond;
b. het activiteitenplan tevens een beschrijving van de activiteiten die worden gerealiseerd, waardoor het project aan het einde van de subsidieperiode aanzienlijk zal zijn verbreed en verdiept.
2. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
a. een activiteitenplan;
b. de doelstellingen van de publiek-private samenwerking;
c. een beschrijving van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt vormgegeven;
d. een overzicht van de kwalificatie of de kwalificaties en de beroepsopleiding of beroepsopleidingen waarop de publiek-private samenwerking betrekking heeft;
e. een omschrijving waaruit de verdeling van de taken tussen partijen van het samenwerkingsverband blijkt en waaruit blijkt dat partijen in staat zijn om het voorstel binnen de gestelde tijd uit te voeren;
f. een beschrijving van de opbrengst voor de individuele partijen van deelname aan het samenwerkingsverband;
g. een analyse van de risico’s van de publiek-private samenwerking en een beschrijving van de wijze waarop deze potentiële risico’s worden aangepakt;
h. een beschrijving van de wijze waarop de voortgang van de publiek-private samenwerking door het samenwerkingsverband wordt geëvalueerd en indien nodig bijgesteld;
i. afspraken over de wijze waarop scholen voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en instellingen voor hoger onderwijs in de regio gebruik kunnen maken van de faciliteiten van de publiek-private samenwerking en de eventuele tegenprestatie die hiervoor wordt verricht,
j. een beschrijving van het draagvlak voor het project onder docenten en studenten en de wijze waarop deze worden betrokken bij de vormgeving van het project, en
k. een uitwerking van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt voortgezet na afloop van de subsidieperiode.
3. Het activiteitenplan bevat:
a. een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten voor het eerste jaar van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde tussentijdse resultaten en een globaal overzicht van realiseerbare activiteiten voor de overige jaren van de projectperiode bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten; en
b. ten minste een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, voor de periode na de tussentijdse beoordeling.
4. In geval van een project als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, bevat:
a. het plan van aanpak tevens een beschrijving van de wijze waarop wordt voortgebouwd op het project waarvan de subsidieperiode is afgerond;
b. het activiteitenplan tevens een beschrijving van de activiteiten die worden gerealiseerd, waardoor het project aan het einde van de subsidieperiode aanzienlijk zal zijn verbreed en verdiept.