BWBR0041553
Geldig vanaf 2018-11-17
Artikel 22
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
1. De beoordelingscommissie beoordeelt de voortgangsrapportages van de publiek-private samenwerkingen die voldoen artikel 27, eerste lid.
2. Indien de voortgangsrapportage daartoe aanleiding geeft, kan een gesprek met de beoordelingscommissie of een bezoek aan het project door de beoordelingscommissie onderdeel uitmaken van de tussentijdse beoordeling.
3. De beoordelingscommissie beoordeelt de voortgangsrapportage aan de hand van de volgende criteria:
a. meerwaarde en draagvlak samenwerkingspartners;
b. voortgang van het project;
c. realiteitsgehalte van het activiteitenplan voor de periode na de tussentijdse beoordeling, mede gelet op de voortzetting van de publiek-private samenwerking na afloop van de subsidieperiode; en
d. realiteitsgehalte van de meerjarenbegroting voor de periode na de tussentijdse beoordeling.
4. De criteria, bedoeld in het derde lid, zijn nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 2bij deze regeling is gevoegd.
5. De beoordelingscommissie adviseert de Minister over:
a. de effecten van de uitvoering van het project;
b. in hoeverre het project na de aanpassing van het activiteitenplan en de meerjarenbegroting, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdelen c en d, nog steeds voldoet aan de doelstellingen van de regeling; en
c. over eventuele verlaging dan wel beëindiging van de subsidieverlening.
2. Indien de voortgangsrapportage daartoe aanleiding geeft, kan een gesprek met de beoordelingscommissie of een bezoek aan het project door de beoordelingscommissie onderdeel uitmaken van de tussentijdse beoordeling.
3. De beoordelingscommissie beoordeelt de voortgangsrapportage aan de hand van de volgende criteria:
a. meerwaarde en draagvlak samenwerkingspartners;
b. voortgang van het project;
c. realiteitsgehalte van het activiteitenplan voor de periode na de tussentijdse beoordeling, mede gelet op de voortzetting van de publiek-private samenwerking na afloop van de subsidieperiode; en
d. realiteitsgehalte van de meerjarenbegroting voor de periode na de tussentijdse beoordeling.
4. De criteria, bedoeld in het derde lid, zijn nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 2bij deze regeling is gevoegd.
5. De beoordelingscommissie adviseert de Minister over:
a. de effecten van de uitvoering van het project;
b. in hoeverre het project na de aanpassing van het activiteitenplan en de meerjarenbegroting, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdelen c en d, nog steeds voldoet aan de doelstellingen van de regeling; en
c. over eventuele verlaging dan wel beëindiging van de subsidieverlening.